De smalle poort
Over hoe het opgebouwde zelf de doorgang naar het koninkrijk versmalt, en wat zichtbaar wordt wanneer die identificatie breekt.

De smalle poort
17 september 2026
Een kind kan gemakkelijk door een smalle poort. Het hoeft zich niet kleiner te maken en heeft weinig bij zich dat de doorgang belemmert. Het loopt erdoorheen zoals het is.
Wanneer een mens opgroeit, groeit er meer dan alleen een lichaam. Langzaam ontstaat er een beeld van wie hij is. Eerst uit wat anderen over hem zeggen, later uit zijn eigen ervaringen, verlangens en keuzes. Verwachtingen, overtuigingen, prestaties, teleurstellingen en oude pijn stapelen zich op. Zo wordt het ego gedurende een leven steeds omvangrijker.
Misschien is dat wat Jezus zichtbaar maakte met de smalle poort. De doorgang naar het koninkrijk is nooit verdwenen. Wij zijn alleen steeds meer gaan meenemen.
Een kind staat nog dicht bij de wereld voordat die volledig door een zelfbeeld wordt uitgelegd. Het hoeft niet voortdurend te bepalen wat een ervaring over hem zegt. Misschien wees Jezus daarom naar kinderen toen hij over het koninkrijk sprak. Zij beschikken niet over kennis die volwassenen missen. Ze zijn alleen nog niet vergeten wat wij tijdens het opgroeien uit het oog verliezen.
Ook het verhaal van de rijke man krijgt vanuit dit beeld een andere betekenis. Jezus vraagt hem alles op te geven. Dat lijkt over bezit te gaan, maar geld is slechts de zichtbaarste vorm van wat een mens kan verzamelen om zichzelf mee te definiëren. Status, prestaties, kennis, overtuigingen en toekomstbeelden kunnen dezelfde functie krijgen. Ze vertellen ons wie wij denken te zijn en geven ons het gevoel dat er iets overeind blijft wanneer de wereld verandert.
De vraag aan de rijke man reikt daarmee verder dan zijn rijkdom. Ben je bereid alles los te laten wat jou tot iemand heeft gemaakt? Kun je afstand doen van wat je hebt opgebouwd zonder ernaar te blijven verlangen? Wie ben je wanneer je niets meer kunt aanwijzen als bewijs van jezelf?
Je kunt bezit weggeven en toch vasthouden aan het beeld van degene die dat heeft gedaan. Zelfs het overwinnen van het ego kan een nieuwe identiteit worden. Bevrijding ontstaat wanneer de vereenzelviging ermee wegvalt. We houden onze naam, onze geschiedenis en onze plaats in de wereld, maar die vertellen niet langer de volledige waarheid over wat wij zijn.
Voor sommige mensen is dat loslaten een bewuste weg. Bij anderen breekt het leven het opgebouwde zelfbeeld open.
Zo is het bij mij gegaan. Mijn ego werd door omstandigheden opengebroken, en dat breken deed diep pijn. Alles waarmee ik mezelf en mijn leven had leren begrijpen, viel uit elkaar. Maar op hetzelfde moment viel ik terug in een plek die zo puur was dat ik haar onmiddellijk herkende. Ik begreep nog niet wat er was gebeurd, maar het licht scheen al. Zodra wegviel wat ervoor had gestaan, was het er. Pas later vond ik de woorden om te begrijpen waar ik terecht was gekomen.
De ervaringen die ons vormen zijn werkelijk. Pijn, vernedering, angst en verwarring laten hun sporen achter. Wanneer we die ervaringen opnemen in het verhaal van wie we zijn, wordt wat ons is overkomen iets wat wij zijn geworden.
De shit die in deze ervaring van het leven zit, hoort bij de ervaring. Ze hoeft niet mee als bewijs van wie jij bent. Je mag haar loslaten. Het is oké.
Daarmee wordt de pijn niet ontkend. Wat pijn heeft gedaan, mag pijn hebben gedaan. Wat verloren is gegaan, hoeft achteraf niet te worden goedgemaakt. Je hoeft alleen niet te wachten tot het verleden verandert voordat jij verder mag. Je kunt het laten waar het plaatsvond en zonder die last voor de poort gaan staan.
In dat licht begrijp ik ook wat Jezus aan het kruis liet zien. Hij wist dat zijn grootheid van geest niet binnen zijn tijd paste en moet hebben gezien welke gevolgen zijn woorden en zijn houding konden hebben. Toch maakte hij zichzelf niet kleiner om binnen de bestaande orde te blijven. Hij droeg wat hem gegeven werd. Zijn lichaam kon worden vernederd, verwond en gedood, maar hij liet zich door wat hem werd aangedaan niet vertellen wat hij was.
De pijn was werkelijk. Lijden ontstaat wanneer die pijn zich vastzet in het zelf en blijft zeggen: dit had mij niet mogen overkomen, hierdoor ben ik beschadigd, hierdoor kan ik niet meer heel zijn. Jezus droeg de pijn zonder haar tot zijn wezen te maken. Het kruis kon hem raken, maar niet bepalen wat hij was.
Misschien is dat wat opnieuw geboren worden betekent. Er ontstaat geen nieuw en beter zelf. Je ontdekt dat je nooit volledig bent geweest wat je gedurende je leven over jezelf bent gaan geloven. Wat je hebt meegemaakt blijft onderdeel van je geschiedenis, maar verliest de macht om je vast te leggen.
Dan verschijnt het koninkrijk niet opeens. Het was hier al. Als kind zag je het nog, voordat je leerde jezelf overal tussen te plaatsen. Daarna raakte het bedekt onder alles wat je verzamelde om iemand te worden.
De smalle poort vraagt niet of je goed genoeg bent om binnen te mogen. Zij vraagt wat je bereid bent achter te laten. Wanneer je het verhaal over jezelf niet langer hoeft mee te dragen, ontdek je dat je nog altijd door de poort past.