Opnieuw Geboren
Opnieuw geboren worden als een andere manier van kijken, niet als een nieuw lichaam.
Opnieuw Geboren
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.”
Jarenlang begreep ik deze woorden niet.
Net als Nicodemus.
“Hoe kan iemand opnieuw geboren worden?”
Een logische vraag. Je denkt aan een tweede lichamelijke geboorte. Jezus lijkt er vervolgens alleen maar meer mysterie aan toe te voegen. Hij spreekt over water, Geest en een Koninkrijk dat je niet kunt zien.
Pas jaren later, na een periode waarin mijn eigen leven volledig op zijn kop stond, viel het kwartje.
Niet omdat ik ineens meer wist, maar omdat ik anders keek.
Voor het eerst dacht ik: volgens mij is dit waar Jezus op doelde.
De eindbaas
Mijn leven voelde in die periode als een computerspel waarin ik onverwacht tegenover de eindbaas kwam te staan.
Alles wat me daarvoor had geholpen, werkte niet meer. Ik dacht harder na, probeerde meer controle te krijgen, analyseerde mezelf en de wereld om me heen, maar kwam geen stap verder. De angst en verwarring werden alleen maar groter.
Achteraf begrijp ik waarom.
Ik probeerde het probleem op te lossen met precies hetzelfde systeem dat het probleem veroorzaakte.
Mijn ego.
Of beter gezegd: mijn overlevingsprogrammering.
Dat systeem was niet slecht. Het was ooit ontstaan om mij te beschermen. Het leerde gevaar herkennen, controle zoeken, pijn vermijden en mezelf aanpassen wanneer dat nodig leek.
Alleen was het op een gegeven moment zelf aan het stuur gaan zitten.
En ik had dat niet door.
Ik dacht dat ík die stem was.
Als je games speelt, herken je misschien het gevoel van een level waar je maar niet doorheen komt. Je probeert alles wat je kent, maar niets werkt. Op een gegeven moment lijkt het bijna onmogelijk.
En ergens klopt dat ook.
Je mist iets.
Het vreemde is alleen dat de kennis die je mist pas beschikbaar wordt nádat je het level hebt doorlopen.
Je moet level drie zien door te komen zonder de kennis van level vier.
Dat klinkt bijna oneerlijk, totdat je begrijpt wat het level doet.
Het test niet alleen de speler.
Het verandert de speler.
Een kind dat leert lopen maakt iets soortgelijks mee. Je kunt uitleggen hoe balans werkt, maar daar heeft het weinig aan. Het moet vallen, corrigeren, opnieuw proberen. Op een dag gebeurt er iets en loopt het.
Vanaf dat moment lijkt lopen vanzelfsprekend.
Het kind heeft niet simpelweg nieuwe informatie gekregen. Het hele systeem heeft geleerd.
Misschien werkt bewustzijn ook zo.
Level vier
Toen ik uiteindelijk door mijn eigen level drie heen kwam, gebeurde iets vreemds.
Ik keek terug en vroeg me af waarom ik het niet eerder had gezien.
De gebeurtenissen waren niet veranderd. De pijn was niet verzonnen geweest en de angst was niet minder echt omdat ik haar later begreep. Level drie was moeilijk, juist omdat ik toen nog niet beschikte over het bewustzijn waarmee ik er later naar kon kijken.
Maar ik zag ineens het patroon.
En daarmee veranderde ook mijn beeld van de eindbaas.
Misschien was mijn ego nooit de vijand geweest die vernietigd moest worden. Misschien bewaakte het de grens van een werkelijkheid die het zelf niet kon begrijpen.
Het kon mij alleen beschermen met de kennis die het had.
Controle.
Angst.
Voorspellen.
Vermijden.
Overleven.
Om verder te komen moest ik niet nóg beter worden in die strategie. Ik moest ontdekken dat ik niet hetzelfde was als het systeem dat die strategie uitvoerde.
Daar begon voor mij level vier.
En daar begon ik Jezus ineens te begrijpen.
Opnieuw leren zien
Het woord dat mij nu opvalt in zijn gesprek met Nicodemus is niet eens geboren.
Het is zien.
“Tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.”
Misschien zegt Jezus iets veel fundamentelers dan ik vroeger dacht.
Niet: hier is geheime kennis die je nog niet bezit.
Maar: er bestaat iets wat je vanuit je huidige manier van kijken nog niet kunt waarnemen.
Nicodemus probeert het onmiddellijk te begrijpen met de kennis die hij al heeft. Hij denkt aan lichamen, moeders en geboorte.
Hij probeert level vier te begrijpen met de regels van level drie.
En Jezus probeert hem duidelijk te maken dat precies dát niet kan.
Je moet opnieuw geboren worden.
Niet omdat je oude lichaam verkeerd is.
Omdat degene die kijkt moet veranderen.
Vanaf dat moment begon ook een andere uitspraak van Jezus voor mij anders te klinken:
“Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest, zal het vinden.”
Ik hoorde daar vroeger vooral een religieuze opdracht in. Nu herken ik er hetzelfde patroon in.
Het overlevingssysteem probeert zichzelf koste wat kost in stand te houden. Het denkt dat loslaten hetzelfde is als sterven.
En ergens heeft het gelijk.
Er sterft iets.
Alleen ben jij het niet.
De richting van pijn
Ook pijn kreeg vanuit dat perspectief een andere betekenis.
Ik was gewend pijn vooral te zien als iets wat weg moest. Angst betekende gevaar. Ongemak betekende dat ik iets moest oplossen.
Maar een groot deel van mijn innerlijke strijd bleek juist te ontstaan doordat mijn overlevingssysteem me steeds harder een richting op duwde die niet meer bij mij paste.
Pijn werd daarmee niet automatisch iets goeds. Verlies doet pijn. Een lichaam kan ziek worden. Mensen kunnen elkaar verschrikkelijke dingen aandoen.
Maar pijn kan ook informatie bevatten.
Zoals een navigatiesysteem dat niet boos op je wordt wanneer je verkeerd rijdt. Het probeert je alleen terug te brengen naar de route.
Hoe langer je de verkeerde kant op rijdt, hoe groter de afstand wordt.
Jezus gebruikte een veel mooier beeld:
“Blijf in Mij, zoals de rank in de wijnstok.”
Een rank hoeft niet te weten hoe hij leven moet maken. Hij hoeft niet harder zijn best te doen om een druif te produceren. Zolang hij verbonden blijft met de bron, stroomt het leven erdoorheen.
Dat begon ik steeds beter te begrijpen.
Wat ik God noem, begon voor mij minder te lijken op een wezen ergens buiten mij en meer op de bron waarvan ik zelf onderdeel ben. Dat wat ik het meest direct herken als onvoorwaardelijke liefde.
Hoe verder ik daarvan verwijderd raakte, hoe harder mijn overlevingssysteem moest werken.
Hoe dichter ik erbij bleef, hoe minder er bevochten hoefde te worden.
Waarom Jezus verhalen vertelde
Misschien begrijp ik daardoor ook beter waarom Jezus zo vaak in gelijkenissen sprak.
Een zaaier. Een mosterdzaadje. Een verloren zoon. Tien meisjes die wachten met hun lampen.
Hij gaf beelden.
Dat is misschien precies wat je doet wanneer je iets probeert over te brengen dat iemand nog niet volledig kan begrijpen.
Je kunt een kind uitgebreid uitleggen hoe fietsen voelt. Je kunt krachten, evenwicht en snelheid beschrijven. Maar uiteindelijk moet er een moment komen waarop het kind op de fiets zit en ineens voelt:
O. Dít bedoelde je.
Vanaf dat moment hebben de woorden een andere betekenis.
Misschien werken de gelijkenissen van Jezus net zo.
Ze geven je geen formule waarmee je het volgende level kunt overslaan. Ze geven je beelden die je kunt meenemen.
En soms gebeurt er jaren later iets in je leven waardoor je ineens terugdenkt aan zo’n beeld.
De wijnstok.
De lamp.
Het zaad.
Opnieuw geboren worden.
En ineens denk je:
O. Dít bedoelde Hij.
Opnieuw geboren
Misschien is wedergeboorte daarom geen bovennatuurlijke ontsnapping uit het menselijke bestaan.
Misschien beschrijft het juist een patroon dat overal in het leven voorkomt.
Alles groeit door fasen.
Het eenvoudige wordt complexer. Een systeem loopt tegen de grenzen van zijn huidige vorm aan. Er ontstaat spanning. Uiteindelijk kan die spanning niet meer binnen dezelfde structuur worden opgelost en ontstaat er iets nieuws.
Niet los van wat ervoor kwam.
Juist dankzij wat ervoor kwam.
Level drie was daarom geen vergissing. Het was ook geen simpele voorbereiding op het echte leven. Het was het leven, met alle angst, pijn, liefde en verwarring die daarbij hoorden.
Maar door het volledig te leven ontstond langzaam degene die level vier kon zien.
En misschien is dat uiteindelijk wat Jezus tegen Nicodemus probeerde te zeggen.
De wereld hoeft niet opnieuw geboren te worden.
Degene die kijkt wel.