De levensboom in het dagelijks leven
De levensboom lijkt ingewikkeld, maar zijn verhoudingen zijn herkenbaar in voetbal, werk en opvoeding. Vanuit die herkenning ontstaat de vraag hoe we bewust richting kunnen geven aan wat werkelijkheid wordt.
De levensboom in het dagelijks leven
Een voetballer krijgt de bal aangespeeld. Hij ziet een opening, maar kan er zelf niet doorheen. Een medespeler loopt vrij. In een fractie van een seconde besluit hij de bal af te geven.
Het lijkt een eenvoudige handeling. Toch komt er verrassend veel bij kijken. Hij moet het spel begrijpen, vertrouwen hebben in zijn medespeler, zijn eigen verlangen om te scoren loslaten en precies op het juiste moment handelen. Als hij te lang nadenkt, is de opening verdwenen. Als hij te gehaast handelt, komt de bal niet aan.
Goed voetbal ontstaat uit een samenspel van verschillende kwaliteiten. Geen daarvan is op zichzelf voldoende.
Opmerkelijk genoeg komen we diezelfde kwaliteiten tegen wanneer we een kind opvoeden, samenwerken aan een project of proberen een relatie gezond te houden.
Een eeuwenoud schema uit de Joodse mystiek probeert zulke verhoudingen zichtbaar te maken: de Tree of Life, ofwel de levensboom.
Een ingewikkeld schema voor iets herkenbaars
Wie de levensboom voor het eerst ziet, kijkt naar tien cirkels die met lijnen verbonden zijn. Elke cirkel heeft een Hebreeuwse naam. Het geheel lijkt een ingewikkelde constructie waarvoor je eerst een hele studie moet volgen.
In de Kabbala worden deze tien punten sefirot genoemd. Ze vertegenwoordigen verschillende aspecten van de manier waarop het goddelijke zich volgens deze traditie in de schepping openbaart.
Voor ons onderzoek kunnen we ze voorlopig eenvoudiger benaderen, als kwaliteiten die ook in het menselijk leven herkenbaar zijn.

De levensboom met de tien sefirot en hun betekenissen. De Nederlandse termen zijn vereenvoudigd voor dit essay.
Bovenaan vinden we oorsprong, wijsheid en begrip. In het midden treffen we onder meer liefde, kracht, begrenzing en harmonie. Onderaan vinden we eigenschappen die samenhangen met volharding, ontvankelijkheid, verbinding en uiteindelijk de concrete werkelijkheid.
De boom heeft bovendien drie verticale banen. Aan de rechterkant vinden we kwaliteiten die samenhangen met expansie en geven. Links staan kwaliteiten die begrenzen en vorm geven. De middelste baan verbindt en brengt in evenwicht.
De tien punten zijn geen onafhankelijke onderdelen. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Het schema probeert juist die samenhang zichtbaar te maken.
En zodra we die samenhang beginnen te herkennen, wordt het schema een stuk minder abstract.
Wat een voetbalteam ons kan leren
Stel dat een trainer zijn spelers zoveel mogelijk vrijheid geeft. Iedereen mag aanvallen, improviseren en zelf beslissen wat hij doet.
Dat klinkt aantrekkelijk, maar zonder afspraken ontstaat er al snel chaos. Spelers verlaten hun posities, lopen elkaar in de weg en vergeten te verdedigen.
De trainer kan ook het tegenovergestelde doen. Hij schrijft iedere beweging voor, verlangt volledige discipline en duldt geen afwijkingen.
Nu staat de organisatie misschien uitstekend, maar durft niemand meer iets onverwachts te doen. Creativiteit verdwijnt en het spel wordt voorspelbaar.
In de levensboom vinden we deze spanning terug tussen Chesed, de kwaliteit van vrijgevigheid en ruimte geven, en Gevurah, de kwaliteit van kracht, oordeel en begrenzing.
Beide zijn waardevol. Beide kunnen ook problemen veroorzaken wanneer ze onvoldoende door andere kwaliteiten worden gedragen.
Daartussen bevindt zich Tiferet, vaak vertaald als schoonheid of harmonie. Hier vinden vrijheid en discipline een verhouding waarin ze elkaar versterken.
Een goede trainer begrijpt dat. Hij geeft zijn spelers voldoende structuur om als team te functioneren en voldoende vrijheid om hun eigen kwaliteiten te benutten.
Maar er is meer nodig. Een speler moet inzicht hebben in het spel, zijn medespelers vertrouwen, kunnen omgaan met tegenslag en bereid zijn van fouten te leren.
Al die eigenschappen dragen bij aan wat uiteindelijk op het veld zichtbaar wordt.
Het resultaat is niet uitsluitend afhankelijk van één briljante speler, één goede tactiek of één sterke eigenschap. Het ontstaat uit de onderlinge verhoudingen.
Hetzelfde gebeurt op je werk
Iemand krijgt een idee.
Hij ziet hoe een ingewikkeld proces eenvoudiger kan. In zijn hoofd is de oplossing al bijna af. Hij voelt enthousiasme en begint erover te vertellen.
Maar zijn collega’s begrijpen niet wat hij bedoelt. Ze stellen kritische vragen. Wat gaat het kosten? Wie gaat het onderhouden? Hoe weten we of het werkt?
Hij kan die vragen ervaren als weerstand en proberen zijn idee erdoorheen te drukken. Hij kan zich ook ontmoedigd terugtrekken en concluderen dat niemand zijn visie begrijpt.
Of hij kan herkennen welke kwaliteiten nodig zijn om zijn idee werkelijkheid te laten worden.
Het eerste inzicht sluit aan bij Chokhmah, wijsheid. Het vermogen om iets te zien wat er nog niet zichtbaar is.
Vervolgens vraagt dat inzicht om Binah, begrip. Het vermogen om een ingeving te onderzoeken, te structureren en uit te werken.
Daarna komen andere kwaliteiten in beeld. Vertrouwen om het idee met anderen te delen. Discipline om grenzen te stellen. Volharding wanneer het moeilijk wordt. Ontvankelijkheid om kritiek serieus te nemen.
Uiteindelijk moeten al deze kwaliteiten samenkomen in iets wat daadwerkelijk werkt.
Dat laatste wordt in de levensboom verbonden met Malkhut, het koninkrijk, dat we in deze vergelijking kunnen begrijpen als de werkelijkheid waarin iets vorm heeft gekregen.
Zo bekeken is het ontstaan van een product niet fundamenteel anders dan het ontstaan van een goede aanval op het voetbalveld.
Een ingeving krijgt richting, wordt begrensd door de omstandigheden, ontwikkeld door samenwerking en uiteindelijk zichtbaar in de werkelijkheid.
Liefde heeft ook grenzen nodig
Bij het opvoeden van kinderen wordt de verhouding tussen liefde en begrenzing nog duidelijker.
Een ouder houdt van zijn kind en wil dat het gelukkig is. Vanuit die liefde kan de neiging ontstaan om het kind tegen iedere teleurstelling te beschermen.
Wanneer het kind iets moeilijk vindt, neemt de ouder het over. Wanneer het verdriet heeft, probeert de ouder dat verdriet onmiddellijk weg te nemen.
De intentie is liefdevol. Toch kan het resultaat zijn dat het kind onvoldoende leert omgaan met moeilijkheden.
Een andere ouder kan juist sterk op zelfstandigheid en discipline gericht zijn. Het kind moet leren doorzetten, problemen oplossen en verantwoordelijkheid nemen.
Maar wanneer die strengheid geen ruimte laat voor kwetsbaarheid, kan het kind zich onveilig of ongezien gaan voelen.
Opnieuw vinden we dezelfde verhouding.
Chesed geeft ruimte, zorg en vertrouwen. Gevurah stelt grenzen en vraagt verantwoordelijkheid. Tiferet helpt om die kwaliteiten op elkaar af te stemmen.
Wat het kind nodig heeft, verandert bovendien voortdurend. Een peuter heeft andere grenzen nodig dan een tiener. Wat gisteren bescherming was, kan morgen een beperking worden.
Harmonie is dus geen vaste verhouding die je eenmaal vindt en daarna kunt blijven toepassen. Ze vraagt voortdurend aandacht voor de werkelijkheid.
En dat geldt net zo goed voor een relatie tussen volwassenen.
Iemand die voortdurend geeft, zonder zijn eigen grenzen te bewaken, kan zichzelf verliezen. Iemand die uitsluitend zijn grenzen bewaakt, laat misschien niemand meer dichtbij komen.
Liefde en kracht hebben elkaar nodig.
Waarom deze overeenkomsten interessant zijn
We hebben nu naar drie behoorlijk verschillende situaties gekeken.
Een voetbalteam, een werkproject en de opvoeding van een kind.
Toch blijken steeds vergelijkbare kwaliteiten een rol te spelen. Inzicht, begrip, vertrouwen, begrenzing, harmonie, volharding en de manier waarop die uiteindelijk tot uitdrukking komen.
Dat roept een interessante vraag op.
Als we dezelfde verhoudingen telkens tegenkomen, zijn het dan werkelijk afzonderlijke verschijnselen? Of herkennen we in verschillende omstandigheden uitdrukkingen van dezelfde onderliggende principes?
De Kabbala benadert de levensboom vanuit een veel grotere gedachte. De sefirot beschrijven niet alleen menselijke eigenschappen, maar de wijze waarop het goddelijke zich manifesteert. De menselijke wereld en de grotere schepping worden daarbij niet als volledig gescheiden beschouwd.
We hoeven die kosmologische opvatting niet eerst als waarheid aan te nemen om iets aan het model te hebben.
De herkenbare overeenkomsten bieden op zichzelf al een mogelijkheid om verder te kijken.
Want wanneer een principe in verschillende situaties herkenbaar is, kunnen we de ervaring uit de ene situatie gebruiken om de andere beter te begrijpen.
Een trainer die begrijpt waarom zijn spelers niet vrij durven te voetballen, kan dezelfde dynamiek herkennen in een team op kantoor. Een ouder die leert wanneer hij zijn kind ruimte moet geven, kan ontdekken dat hij ook in zijn relatie moeite heeft met loslaten.
En iemand die begrijpt hoe een goed idee werkelijkheid wordt, kan die kennis gebruiken wanneer hij zijn eigen leven richting wil geven.
Van begrijpen naar bewust handelen
Stel dat je het gevoel hebt dat je leven stilstaat.
Je hebt allerlei ideeën over wat je zou willen doen, maar er verandert weinig.
Je kunt daaruit concluderen dat je onvoldoende gemotiveerd bent, dat de omstandigheden tegenzitten of dat je simpelweg meer discipline nodig hebt.
Maar de levensboom nodigt uit om breder te kijken.
Misschien heb je een duidelijke intentie, maar nog onvoldoende begrip van wat ervoor nodig is. Misschien heb je genoeg kennis, maar ontbreekt het vertrouwen om te beginnen. Misschien ben je juist zo gedisciplineerd dat er nauwelijks ruimte overblijft voor nieuwe mogelijkheden.
De vraag wordt dan niet alleen wat je moet doen, maar welke kwaliteit in de huidige situatie aandacht vraagt.
Dat verandert je verhouding tot het probleem.
Je hoeft niet onmiddellijk harder te werken of jezelf tot iets te dwingen. Je kunt eerst onderzoeken waardoor het proces vastloopt.
En als je eenmaal begrijpt welke verhoudingen een rol spelen, kun je bewust proberen die te veranderen.
Bijvoorbeeld door meer ruimte te geven waar je te veel controle uitoefent. Door grenzen te stellen waar je jezelf verliest. Door een ingeving serieus te onderzoeken in plaats van er uitsluitend over te blijven dromen.
In plaats van uitsluitend te reageren op wat je overkomt, begin je aandacht te besteden aan wat je zelf bijdraagt aan het ontstaan van je werkelijkheid.
Van intentie naar werkelijkheid
Hier krijgt de levensboom nog een andere betekenis.
Bovenaan staat Keter, de kroon. In de traditionele Kabbala verwijst deze naar een oorsprong die ons gewone begrip overstijgt. In het dagelijks leven kunnen we daarin een analogie zien met de diepere intentie waaruit ons handelen voortkomt.
Waarom wil je eigenlijk wat je wilt?
Die vraag gaat vooraf aan de vraag hoe je iets voor elkaar krijgt.
Iemand kan bijvoorbeeld een succesvolle carrière nastreven omdat hij erkenning verlangt. Hij kan hetzelfde werk doen vanuit een oprechte belangstelling voor het vak en een verlangen iets waardevols te maken.
Aan de buitenkant lijken de handelingen misschien sterk op elkaar. Toch kunnen de innerlijke verhoudingen heel verschillend zijn.
Wie voortdurend erkenning zoekt, kan moeite krijgen met kritiek, vergelijken en loslaten. Wie handelt vanuit belangstelling en betrokkenheid, heeft vaak meer ruimte om te leren en met anderen samen te werken.
Dat betekent niet dat een zuivere intentie automatisch een goed resultaat oplevert. De omstandigheden blijven bestaan, evenals onzekerheid en de vrijheid van andere mensen.
Maar de intentie beïnvloedt wel welke keuzes we maken, hoe we omgaan met tegenslag en welke mogelijkheden we überhaupt opmerken.
Zo bezien is de levensboom ook een manier om te onderzoeken hoe iets van binnen naar buiten groeit.
Van de eerste aanleiding, via inzicht en begrip, door de voortdurende wisselwerking van verschillende kwaliteiten, naar iets wat in de wereld werkelijk vorm krijgt.
En dat proces houdt niet op zodra er een resultaat is.
Wat ontstaat, levert nieuwe ervaringen op. Die veranderen ons begrip, onze mogelijkheden en soms zelfs onze oorspronkelijke intentie.
De beweging begint opnieuw, maar niet noodzakelijk vanaf hetzelfde punt.
De boom als spiegel
De levensboom hoeft geen schema te blijven dat we bestuderen alsof het buiten ons staat.
Je kunt hem gebruiken wanneer je ergens in vastloopt. Wanneer een samenwerking stroef verloopt, een relatie uit balans raakt of een verlangen maar geen werkelijkheid lijkt te worden.
Je kunt jezelf afvragen of je voldoende ruimte geeft, of juist meer begrenzing nodig hebt. Of je handelt vanuit inzicht, of vanuit een aanname die je nooit hebt onderzocht. Of je volharding nog ergens toe dient, of dat je vasthoudt aan iets waarvan de oorspronkelijke bedoeling verloren is gegaan.
De waarde van het schema ligt dan niet in het voorspellen van de uitkomst, maar in het zichtbaar maken van verhoudingen waar we anders gemakkelijk aan voorbijgaan.
En hoe vaker we die verhoudingen herkennen, hoe minder vreemd de oorspronkelijke gedachte van de levensboom wordt.
Wat we in het groot proberen te begrijpen, herkennen we in het klein. Wat we in anderen zien gebeuren, kunnen we in onszelf onderzoeken.
Misschien is dat wel de meest praktische betekenis van deze oude symboliek. Dat we niet alleen proberen te begrijpen hoe de wereld werkt, maar gaandeweg ook ontdekken hoe we er zelf bewuster aan kunnen deelnemen.