God als proces, mens als participatie
God als voortdurend proces waarin de mens deelneemt, niet als heerser erbuiten.

God als proces, mens als participatie
Wie wel eens auto heeft gereden terwijl zijn gedachten ergens anders waren, kent een vreemd moment. Je bent kilometers verder wanneer je ineens weer bewust naar de weg kijkt. Je hebt gestuurd, geremd, afstanden ingeschat en gereageerd op het verkeer. Alleen heb je geen herinnering aan ieder besluit.
De handelingen zijn niet zomaar gebeurd. Er was aandacht, maar niet voortdurend de aandacht van de stem die in je hoofd alles benoemt. Een andere laag van intelligentie las de weg en bracht je waar je moest zijn.
We nemen gemakkelijk aan dat de bewuste stem de bestuurder is, omdat juist die stem het woord ik gebruikt. Maar veel van wat ons in leven houdt, gebeurt al voordat zij zich ermee bemoeit.
Een wond sluit. De ademhaling past zich aan. Het hart reageert op inspanning. Een boom keert zich naar het licht. In een bos herstellen talloze organismen steeds opnieuw het evenwicht, zonder dat ergens een centrale bestuurder aanwijzingen geeft.
Dat betekent niet dat alles vanzelf goed komt. Het betekent alleen dat leven meer kan organiseren dan ons bewuste denken kan overzien.
Wat mensen God noemen, wordt vaak voorgesteld als een entiteit. Een wil. Een maker buiten de wereld die de wereld bestuurt.
Laat je dat beeld los, dan blijft er iets anders zichtbaar.
Niet een wezen buiten het leven, maar het proces waardoor leven voortdurend vorm krijgt. Materie die zich ordent. Vormen die ontstaan, veranderen en weer verdwijnen. Organismen die reageren op hun omgeving. Bewustzijn dat verschijnt en naar die beweging kan kijken.
Creatie ligt dan niet achter ons als een voltooide gebeurtenis. Zij gebeurt nu. In ieder lichaam, ieder ecosysteem en iedere nieuwe verhouding die ontstaat.
God is in die betekenis niet degene die het proces van buitenaf bestuurt. God is de naam voor het proces zelf.
De mens staat daar niet boven en ook niet buiten. Wij zijn een van de vormen waarin het leven zich niet alleen beweegt, maar zich van die beweging bewust wordt.
Wanneer gezegd wordt dat de mens goddelijk is, gaat dat niet over verheffing. Het betekent niet dat het individu almachtig is of de werkelijkheid naar zijn hand kan zetten. Het wijst op deelname. Op het vermogen om waar te nemen, te kiezen en mee vorm te geven aan een beweging die al gaande was voordat wij haar opmerkten.
Het brein speelt daarin een bijzondere rol. Het herkent patronen, legt verbanden, verbeeldt wat nog niet bestaat en kan op grond daarvan handelen. Dat maakt het niet tot vijand van het leven. Het is een van de instrumenten waarmee het leven verder creëert.
De verwarring begint wanneer dat instrument zichzelf voor het geheel aanziet.
Wat meestal ego wordt genoemd, is geen fout en geen tegenstander die verslagen moet worden. Het is een nuttige laag die een naam draagt, grenzen bewaakt en probeert een afzonderlijk leven door de wereld te loodsen. Maar een plaatselijk overzicht blijft een plaatselijk overzicht.
Wanneer het ego zegt: ik moet alles begrijpen voordat ik kan bewegen, wordt denken geen vorm van deelname meer, maar een poging om de beweging stil te zetten.
Dan vernauwt het bewustzijn zich. Mogelijke uitkomsten worden doorgerekend. Gevaar wordt overal gezocht. Het lichaam maakt zich klaar om te beschermen wat het als zichzelf is gaan zien.
Angst is daarin niet slecht. Zij is een oud en noodzakelijk signaal. Maar wanneer dat signaal de volledige werkelijkheid gaat bepalen, verandert leven in reguleren. Niet meer creëren, maar voorkomen. Niet meer ontmoeten, maar beheersen.
Liefde krijgt vanuit dit perspectief ook een andere betekenis. Niet alleen een emotie en evenmin een beloning voor goed gedrag. Liefde is de open toestand waarin het leven niet volledig rond zelfbescherming hoeft samen te trekken. Er komt ruimte om te ontvangen, te reageren en iets nieuws te laten ontstaan.
Soms ervaren we dat als flow. De stem die iedere beweging van commentaar voorziet, wordt stiller. De intelligentie verdwijnt niet. Integendeel. Handelingen sluiten nauwkeuriger op elkaar aan. Zoals tijdens het autorijden blijkt dat minder bewuste bemoeienis niet hetzelfde is als minder bewustzijn.
Ook bij Spinoza staat de rede niet tegenover de natuur. Denken is geen uitkijkpost buiten het leven, maar een van de manieren waarop de natuur zichzelf uitdrukt. De mens neemt deel met zijn verstand, niet ondanks zijn verstand.
Daarom vraagt vertrouwen niet dat we ophouden met denken. Het vraagt dat denken zijn plaats weer inneemt binnen het geheel.
Een kat die in de zon ligt, maakt dat bijna pijnlijk eenvoudig.
Hij ligt daar niet terwijl hij aan een hypotheek denkt. Niet aan wat iemand gisteren zei. Niet aan de indruk die hij straks moet maken. De zon is warm. Het lichaam ontspant. Dat is genoeg.
Wanneer het moment verandert, beweegt de kat mee. Niet omdat hij een levensfilosofie heeft doorgrond, maar omdat hij niets aan het moment toevoegt wat er niet is.
De mens hoeft niet terug naar zo’n instinctief bestaan. Wij kunnen gevolgen overzien, herinneringen onderzoeken en bewust een richting kiezen. Dat vermogen hoort bij onze vorm van deelname. Maar de kat herinnert aan iets wat onder al dat denken niet verdwenen is: leven weet vaak al hoe het moet bewegen voordat wij er een verhaal van hebben gemaakt.
Onze keuze staat daarom niet buiten het proces. Ook kiezen is een manier waarop het proces verdergaat. We kunnen patronen herkennen en daarop antwoorden. We kunnen iets maken dat er nog niet was. We kunnen een oude reactie onderbreken. Alleen doen we dat nooit vanuit een plaats die losstaat van alles wat ons heeft gevormd en draagt.
Vertrouwen krijgt dan een andere betekenis.
Niet gehoorzaamheid. Niet geloof in een systeem. Niet de zekerheid dat de uitkomst goed zal zijn.
Het is het laten dragen van wat toch al draagt.
Creëren zonder de uitkomst volledig te bezitten. Handelen zonder te doen alsof alles van ons afhangt. Denken, voelen en kiezen als manieren waarop een groter proces verder vorm krijgt.
Er wordt geen nieuwe overtuiging gevraagd. Alleen de herkenning dat we nooit buiten de beweging hebben gestaan.
We worden gedragen. En juist daardoor kunnen we deelnemen.