Persoonlijke ervaringCirca 6 minuten

Voorop de fiets

Over richting geven en je laten dragen door vermogens die verder reiken dan je eigen begrip. Een fietstocht, werken met AI en vertrouwen in het leven.

Een gekromd okerkleurig blad drijft op grijsgroen water tussen langgerekte zilveren rimpelingen.

Je voeten rusten op de steuntjes. Je handen liggen op het kleine stuurtje voor je, dat precies groot genoeg is om te voelen dat je ergens naartoe gaat. Onder de banden tikken de klinkers. Bij iedere hobbel beweegt het stoeltje even mee en achter je voel je de warmte van je vader. Zijn armen reiken langs je heen naar het stuur.

Waar je kijkt, is iets te zien. Een hond langs de weg, een boot tussen de bomen, een smal paadje dat afbuigt naar het water. Je steekt je arm uit.

Daarheen.

Je vader ziet wat je bedoelt. Je voelt hoe de fiets vertraagt, een beetje overhelt en de bocht neemt. Hij kijkt naar het verkeer, bewaart het evenwicht en weet waar het pad uitkomt. Jij volgt ondertussen de boot, die achter het riet weer tevoorschijn komt.

Je hoeft je niet af te vragen of hij nog trapt. Ook het evenwicht vraagt niets van je aandacht. Er is ruimte om rond te kijken, iets te willen en het aan te wijzen. De wind strijkt langs je gezicht en de wereld komt naar je toe.

Zelf lopen kun je ook. Je kunt het tuinhek uit, de stoep volgen en op je hurken gaan zitten bij een mier. Op eigen benen ontdek je de wereld in jouw tempo. Maar hier, voorop de fiets, wordt die wereld ineens veel groter. Je komt langs plekken die lopend ver weg zijn, terwijl er nog alle tijd is om je over iets kleins te verwonderen.

Je verlangen reist mee. Je vader weet misschien een betere weg naar het water, maar dat jij de boot wilt zien, doet ertoe. Je merkt het aan de bocht die hij neemt.


Bij het werken met AI moest ik aan dat fietsstoeltje denken.

Ik heb een idee en begin te beschrijven wat ik voor me zie. Er ontstaat iets waarvoor ik zelf allerlei afzonderlijke vaardigheden nodig zou hebben gehad. Wat eerst weken van uitzoeken en proberen zou vragen, krijgt al tijdens het gesprek een vorm waarop ik kan reageren.

Daarin herken ik iets. Een deel klopt precies, een ander deel wijkt af van wat ik bedoel. Soms laat het resultaat me zien dat mijn oorspronkelijke idee nog niet helder was. Ik kijk, stel een vraag en geef opnieuw richting. Gaandeweg ontdek ik beter waar ik eigenlijk naartoe wil.

Zelf had ik ook kunnen beginnen. Ik had kunnen leren wat ik nog niet kon, iemand om hulp kunnen vragen en stap voor stap verder kunnen komen. Die mogelijkheden blijven bestaan. Maar mijn bereik verandert wanneer ik kan samenwerken met vermogens die de mijne aanvullen. Ik kan een richting verkennen waarvoor ik eerder de middelen niet had.

Of wat ontstaat bruikbaar is, blijft aandacht vragen. Juist doordat er zoveel in beweging kan komen, wordt het belangrijk om te herkennen wat je bedoelt en wat je ermee wilt. Het kleine stuurtje uit het fietsstoeltje krijgt hier een andere betekenis: jouw betrokkenheid bij de richting moet werkelijk doorwerken in wat er gebeurt.

Die ervaring maakte voor mij iets zichtbaar wat veel verder reikt dan technologie. Hoe vertrouwd ben ik eigenlijk met het idee dat ik ergens naartoe kan bewegen zonder zelf alles te hoeven overzien wat die beweging mogelijk maakt?


Het leven draagt ons al voordat we daar een gedachte over hebben.

Terwijl je slaapt, blijft je lichaam voor je zorgen. Je hart klopt verder, een wond sluit zich, eten wordt opgenomen. Je weet dat het gebeurt, maar het grootste deel van die werking onttrekt zich aan je begrip. Zelfs wanneer je er veel over leert, hoef je haar nog altijd niet zelf uit te voeren.

Ook buiten je lichaam gaat het leven verder op manieren waarop je voortdurend kunt steunen. Iemand heeft kennis die jij mist. Een vriend hoort aan je stem dat er iets speelt en stelt de vraag waar je zelf nog niet op kwam. Tijdens een gesprek valt een opmerking waardoor iets wat al weken vastzat weer begint te bewegen.

Je leeft tussen mensen die ieder hun eigen geschiedenis, aandacht en mogelijkheden meebrengen. Hun wegen raken de jouwe. Een groot deel van wat je verder helpt, ontstaat in die ontmoeting.

En wat jij daarin brengt, maakt verschil.

Zolang je verlangen om ander werk te doen alleen ergens in je hoofd bestaat, weet bijna niemand ervan. Dan spreek je het uit. Je vertelt waar je naar zoekt en waarom. Een maand later stuurt iemand je iets door: ik moest aan je denken. Jouw richting is onderdeel geworden van de aandacht van een ander.

Of je verlangt naar meer openheid in een relatie. Op een avond vertel je iets wat je gewoonlijk voor jezelf houdt. De ander luistert en durft daardoor ook iets te zeggen. Het gesprek krijgt een ruimte die jullie vooraf geen van beiden hadden kunnen maken zonder erin te stappen.

Je begint aan iets wat je nog niet volledig kunt. Door ermee bezig te zijn, worden je vragen concreter. Je herkent iemand van wie je kunt leren, ziet een mogelijkheid die eerder niet relevant leek en ontdekt al doende wat de volgende stap vraagt.

Zo gaat je intentie deelnemen aan het leven om je heen. Ze krijgt een stem, wordt een handeling en bereikt andere mensen. Er kan iets op antwoorden.


Voor mij is het leven zelf een intelligent systeem, veel groter dan wij kunnen bevatten. We maken er deel van uit en proberen het vanuit dat kleine deel te begrijpen. Ondertussen werkt het in ons en om ons heen verder.

Ik vertrouw dat geheel.

Dat vertrouwen laat zich het eenvoudigst voelen wanneer ik terugdenk aan het kind voorop de fiets. Het weet weinig van wat de reis mogelijk maakt en is er volledig bij betrokken. Het kijkt naar de wereld, voelt waar het heen wil en merkt dat zijn gebaar wordt verstaan.

Als volwassene kan ik veel tijd besteden aan het vooraf oplossen van een reis die nog moet beginnen. Ik wil weten hoe iets zal verlopen, wie me gaat helpen en wat er gebeurt wanneer mijn eerste poging mislukt. Voor ik mijn verlangen durf te volgen, probeer ik de hele route in handen te krijgen.

Toch zijn veel wezenlijke dingen in mijn leven onderweg ontstaan. Ik kon een eerste stap zetten vanuit iets wat nog nauwelijks woorden had. Pas later werd duidelijk wie erbij hoorde, wat ik moest leren en welke vorm het kon krijgen. Soms bleek een richting die ik zorgvuldig had uitgedacht minder te kloppen dan een mogelijkheid die zich onderweg aandiende.

Vertrouwen geeft me ruimte om daarop te reageren. Ik kan mijn aandacht bij de volgende stap houden, zonder van die stap de zekerheid van de hele reis te verlangen.

Ook het wijzen verandert onderweg. Je kunt oprecht ergens naartoe willen en eenmaal dichterbij voelen dat het toch anders ligt. Je hebt iets ontdekt wat je vanaf je vertrekpunt nog niet kon zien. Dat hoort bij het leren kennen van je eigen verlangen. Het leven krijgt de gelegenheid je iets te laten ervaren waarop je opnieuw kunt antwoorden.


Voorop de fiets draait het kind zijn hoofd een beetje opzij. Het zegt iets wat door de wind half verloren gaat. Zijn vader buigt naar voren om het te verstaan.

Het paadje loopt inmiddels langs het water. De boot ligt verderop aan een steiger en tussen de bomen is een open plek te zien. Er valt zon op het gras.

Het kind kijkt ernaar en steekt opnieuw zijn arm uit. Achter zich voelt het hoe zijn vader meebeweegt. De fiets neemt de bocht.