De werkelijkheid beweegt mee
Over de oorsprong van onze intenties en de vrijheid om bewust deel te nemen aan het leven.

De werkelijkheid beweegt mee
Een intentie verschijnt en even later is een deel van de werkelijkheid veranderd.
Ik schreef die zin eerder in Het koninkrijk is in je. Toen ik hem onlangs teruglas, bleef ik erbij stilstaan. Want er gebeurt iets bijzonders in dat ogenschijnlijk eenvoudige proces.
Kijk eens om je heen. Vrijwel alles wat door mensen is gemaakt, heeft ooit eerst alleen in iemands bewustzijn bestaan. Het huis waarin je woont, de stoel waarop je zit, de muziek waarnaar je luistert. Iemand had een idee, zag een mogelijkheid, voelde een verlangen om iets tot stand te brengen.
Vervolgens begon de werkelijkheid te veranderen. Een gedachte werd een beslissing, een beslissing werd een handeling. Andere mensen kwamen in beweging, materialen werden verzameld en omstandigheden veranderden. Tot iets wat eerst alleen als mogelijkheid bestond, onderdeel was geworden van de wereld.
We vinden dit zo vanzelfsprekend dat we nauwelijks stilstaan bij wat er gebeurt. Toch ligt hierin een opmerkelijk principe besloten. Iets wat niet tastbaar is, kan uiteindelijk een tastbare werkelijkheid voortbrengen.
En dat gebeurt voortdurend, ook in ons eigen leven.
Van bewustzijn naar werkelijkheid
In de hermetische filosofie herkennen we dit in het principe van Mentalisme. Bewustzijn is daarin niet slechts iets waarmee we de werkelijkheid waarnemen. Het vormt de werkelijkheid.
Ook het principe van Correspondentie raakt hieraan. Wat zich binnenin afspeelt, vindt zijn weerspiegeling in de buitenwereld.
We herkennen dat wanneer we kijken naar de invloed van onze innerlijke toestand op ons dagelijks leven.
Wanneer je ergens bang voor bent, verandert je verhouding tot de wereld. Je ziet gevaren, verwacht problemen en probeert situaties te beheersen. Dat beïnvloedt je gedrag, waarop andere mensen weer reageren. De gevolgen van die interacties kunnen vervolgens precies de overtuigingen bevestigen waarmee je begon.
Vanuit vertrouwen ontstaat een andere beweging. Je staat opener tegenover mogelijkheden, durft dingen te proberen zonder vooraf de uitkomst te kennen en ontmoet mensen zonder voortdurend bezig te zijn met wat ze van je vinden. Je maakt keuzes die je vanuit angst niet gemaakt zou hebben.
De wereld waarin je leeft, krijgt daardoor een ander karakter. Je innerlijke toestand bepaalt mede hoe je aan de werkelijkheid deelneemt, en daarmee beïnvloed je wat er vervolgens gebeurt.
Een intentie brengt een beweging op gang. Die beweging krijgt gevolgen, die op hun beurt weer nieuwe gevolgen voortbrengen. Hier herkennen we ook het hermetische principe van Oorzaak en Gevolg.
En wanneer onze intenties zoveel invloed hebben op de werkelijkheid die we ervaren, dringt zich een belangrijke vraag op.
Wie bepaalt eigenlijk onze intenties?
Wie geeft eigenlijk richting?
We denken doorgaans dat wijzelf ons leven vormgeven. We hebben verlangens, maken plannen, nemen beslissingen en proberen onze omstandigheden te veranderen.
Maar wie is die wij eigenlijk?
We identificeren ons met onze gedachten, overtuigingen, verlangens en herinneringen. Met het beeld dat we hebben opgebouwd van wie we zijn, wat we kunnen, wat we verdienen en hoe anderen ons zien.
Vanuit die identiteit proberen we ons leven richting te geven.
We zoeken zekerheid omdat we bang zijn iets te verliezen. We streven naar erkenning omdat we onszelf niet voldoende vinden. We houden vast aan situaties omdat we niet weten wat ervoor in de plaats zal komen.
Zulke verlangens brengen voortdurend intenties voort. Alleen ontstaan die lang niet altijd uit een vrije, bewuste keuze. Ze zijn vaak reacties op eerdere ervaringen.
Iemand die ooit is afgewezen, kan zijn leven gaan inrichten rondom de behoefte om geaccepteerd te worden. Iemand die veel onzekerheid heeft ervaren, kan voortdurend proberen controle te houden.
De oorspronkelijke ervaring is voorbij, maar de gevolgen ervan blijven richting geven aan het leven.
We denken dat we kiezen, terwijl we dikwijls vooral proberen te voorkomen dat iets gebeurt waarvoor we bang zijn.
Zo kunnen we jarenlang dezelfde patronen blijven herhalen. We veranderen van omgeving, werk of relatie, maar nemen de overtuigingen waarmee we de wereld tegemoet treden overal mee naartoe. Vervolgens vragen we ons af waarom we steeds in vergelijkbare situaties terechtkomen.
Je bent niet de doener
We noemen onszelf de doener. We denken dat onze identiteit degene is die het leven bestuurt.
Maar die identiteit hebben we niet zelf gemaakt. Onze overtuigingen zijn gevormd door ervaringen. Onze verlangens ontstaan uit behoeften, herinneringen en verwachtingen. Zelfs onze gedachten verschijnen vaak zonder dat we daar bewust voor kiezen.
Toch zeggen we voortdurend: ik doe dit, ik wil dat, ik ben zo.
We zijn zo gewend geraakt aan het idee dat onze persoonlijkheid de oorsprong van ons handelen is, dat we nauwelijks nog zien hoezeer die persoonlijkheid zelf een product is van het leven.
Kijk naar de natuur. Een boom groeit, brengt bladeren en vruchten voort, zonder dat er een afzonderlijke identiteit nodig is die besluit hoe dat moet gebeuren. De boom is een uitdrukking van een veel groter proces, waarin zonlicht, water, aarde en talloze andere levensvormen samenwerken.
Wij maken deel uit van diezelfde werkelijkheid. Ook ons bewustzijn is daaruit voortgekomen.
Het leven is geen verzameling afzonderlijke wezens die ieder hun eigen bestaan proberen veilig te stellen. Het is één geheel dat zich voortdurend ontwikkelt en in ontelbare vormen tot uitdrukking komt. Ook door ons heen.
Onze persoonlijke identiteit is daarmee niet de uiteindelijke doener. Zij is een tijdelijke vorm waarin het leven zichzelf ervaart en uitdrukt.
En precies daar ligt onze vrijheid.
We kunnen vasthouden aan onze angsten, overtuigingen en het beeld dat we van onszelf hebben opgebouwd. We kunnen proberen de werkelijkheid voortdurend te laten voldoen aan wat onze identiteit verlangt.
Maar we kunnen ook leren meebewegen met het grotere geheel waarvan we deel uitmaken.
De keuze is niet of we daartoe willen behoren. Dat doen we al. Onze vrijheid ligt in de manier waarop we eraan deelnemen.
Ook ons verzet brengt gevolgen voort. Ook angst leidt tot handelingen die de werkelijkheid veranderen. Alleen brengen die veranderingen ons niet altijd dichter bij het leven dat we diep vanbinnen verlangen.
Uw wil geschiede
In het evangelie van Johannes zegt Jezus dat hij niet zijn eigen wil zoekt, maar de wil van degene die hem gezonden heeft.
Vanuit het onderscheid tussen onze persoonlijke identiteit en het grotere geheel krijgen die woorden een bijzondere betekenis.
Jezus spreekt hier over een wil die zijn persoonlijke verlangens overstijgt. Over een andere oorsprong van waaruit het handelen plaatsvindt.
We herkennen dat ook in het gebed dat hij zijn volgelingen leerde.
Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op aarde.
We hebben deze woorden zo vaak gehoord dat hun betekenis gemakkelijk aan ons voorbijgaat.
Maar kijk eens naar de beweging die erin besloten ligt.
Het koninkrijk moet werkelijkheid worden. Niet alleen ergens buiten ons, op een ander moment, maar ook hier, op aarde. En de wil die daarin tot uitdrukking komt, is niet de afzonderlijke wil van onze persoonlijke identiteit.
Binnen deze filosofische lezing herkennen we opnieuw het principe van Correspondentie. Het innerlijke en het uiterlijke, het onzichtbare en het zichtbare, de hemel en de aarde staan met elkaar in verbinding.
De hemel kunnen we begrijpen als een aanduiding van de goddelijke werkelijkheid waarvan ons bestaan een uitdrukking is.
Dan krijgt het Onze Vader een heel praktische betekenis. We vragen niet alleen of God de wereld wil veranderen. We stellen onszelf open voor een grotere wil die ook door ons handelen werkelijkheid kan worden.
We kennen allemaal momenten waarop onze persoonlijke verlangens even naar de achtergrond verdwijnen.
Je helpt iemand zonder erbij stil te staan wat je ervoor terugkrijgt. Je spreekt de waarheid, ook wanneer dat niet de gemakkelijkste keuze is. Je maakt iets moois zonder je af te vragen of anderen het zullen waarderen.
Er is geen innerlijke onderhandeling. Je weet eenvoudig wat je te doen staat.
Op zulke momenten voelt handelen minder als het afdwingen van een uitkomst en meer als het volgen van een richting die je van binnenuit herkent.
Je maakt nog steeds keuzes en neemt verantwoordelijkheid. Maar je hoeft niet voortdurend te bewijzen wie je bent of te beschermen wat je denkt te bezitten.
Hier raakt het Onze Vader aan het koninkrijk waarover Jezus sprak. Een werkelijkheid waarin onze persoonlijke identiteit niet langer voortdurend tussen ons en het leven in staat. Waarin we kunnen deelnemen aan iets groters, zonder steeds te proberen het naar onze hand te zetten.
De wereld beweegt mee
En daarmee keren we terug naar onze oorspronkelijke observatie.
Een intentie verschijnt en even later is een deel van de werkelijkheid veranderd.
We begrijpen nu dat niet alleen de intentie zelf van belang is, maar ook de innerlijke toestand waaruit zij voortkomt.
Een intentie die ontstaat uit angst, brengt andere keuzes en gevolgen voort dan een intentie die ontstaat uit liefde.
Wanneer je voortdurend probeert jezelf te beschermen, kun je een wereld opbouwen waarin je steeds meer bescherming nodig lijkt te hebben. Je houdt mensen op afstand, ziet bedreigingen en verwacht teleurstellingen. De reacties die je daarmee oproept, kunnen je overtuigen dat je wantrouwen terecht was.
Wanneer je vanuit vertrouwen gaat leven, ontstaat er ruimte voor andere ervaringen.
Je hoeft niet langer iedere uitkomst te beheersen. Je kunt iets geven zonder onmiddellijk iets terug te verwachten. Je kunt een ander werkelijk ontmoeten zonder voortdurend met jezelf bezig te zijn.
Een gesprek verloopt anders. Een relatie verdiept zich. Er ontstaan mogelijkheden die je eerder niet had gezien. En soms blijkt iets wat je jarenlang met moeite probeerde te bereiken vanzelf dichterbij te komen zodra je de behoefte loslaat om het af te dwingen.
Je verhouding tot de werkelijkheid is veranderd. Je probeert niet langer voortdurend de wereld aan te passen aan wie je denkt te zijn, maar laat toe dat het leven ook jou verandert.
Daarin ontstaat een vrijheid die je vanuit controle nooit had kunnen bereiken. Je kunt richting geven aan je leven zonder te denken dat je alles moet beheersen.
Ken jezelf
Maar hoe doe je dat?
Hoe herken je de grotere beweging van het leven wanneer je zo gewend bent geraakt aan het volgen van je eigen gedachten en verlangens?
Bij de tempel van Apollo in Delphi stond een uitspraak die al eeuwenlang door de filosofie klinkt: Gnothi seauton. Ken jezelf.
Het klinkt eenvoudig, maar zelfkennis gaat veel verder dan weten wat je leuk vindt, waar je goed in bent of welk karakter je hebt.
Het betekent ook dat je leert herkennen hoe je gedachten ontstaan, welke overtuigingen je meedraagt en waar je verlangens werkelijk vandaan komen.
Dat vraagt om aandacht. Om eerlijk naar jezelf te kijken, juist wanneer er iets gebeurt wat je raakt.
Wanneer je boos wordt, kun je die boosheid onmiddellijk volgen. Je kunt ook even stilstaan en onderzoeken wat er eigenlijk geraakt wordt. Is het onrecht? Gekwetste trots? De angst om de controle te verliezen?
Wanneer je iets verlangt, kun je proberen het zo snel mogelijk te verkrijgen. Je kunt ook voelen of dat verlangen voortkomt uit liefde en nieuwsgierigheid, of uit het idee dat je zonder datgene niet compleet bent.
Naarmate je jezelf beter leert kennen, ga je herkennen waar je intenties vandaan komen. Je voelt wanneer angst je keuzes bepaalt, wanneer je probeert iets vast te houden of wanneer je handelt vanuit de behoefte om gezien te worden.
Tegelijk ontdek je een andere vorm van richting, een innerlijk weten dat geen voortdurende bevestiging nodig heeft.
Je leert daarop vertrouwen, ook wanneer de weg die zich aandient onbekend is.
En daarmee komen we opnieuw bij Jezus.
De weg, de waarheid en het leven
Jezus vatte de kern van de geboden samen in twee onlosmakelijk verbonden opdrachten: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf.
We hebben geleerd deze woorden vooral als morele voorschriften te begrijpen. Regels waaraan we ons moeten houden om goede mensen te zijn.
Maar vanuit alles wat we hebben onderzocht, krijgen ze een diepere betekenis.
God liefhebben boven alles betekent het leven liefhebben waarvan je zelf deel uitmaakt. Het grotere geheel erkennen dat zich voortdurend ontwikkelt en door alles en iedereen heen tot uitdrukking komt.
En je naaste liefhebben als jezelf volgt daar rechtstreeks uit. De ander staat niet los van jou. Hetzelfde leven dat zich door jou uitdrukt, leeft ook in hem.
Wanneer je dat werkelijk herkent, verandert de betekenis van liefde. Je hoeft jezelf niet meer te overtuigen dat je goed moet zijn voor een ander. Je herkent de ander als onderdeel van hetzelfde bestaan.
Liefde wordt daarmee iets anders dan een morele verplichting. Ze wordt een uitdrukking van verbondenheid, een manier van leven die voortkomt uit het herkennen van wat je werkelijk bent.
En dan krijgen ook die andere woorden van Jezus hun diepere betekenis:
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Het leven is de werkelijkheid waarvan we deel uitmaken. Het is wat we zijn, nog voordat we onszelf een naam, een identiteit of een verhaal hebben gegeven. Al onze gedachten, overtuigingen en verlangens verschijnen binnen dat leven.
De werkelijkheid is er eenvoudigweg. Ze heeft onze goedkeuring niet nodig en verandert niet doordat we haar liever anders zouden zien. We kunnen ons ertegen verzetten, haar proberen te beheersen of onszelf wijsmaken dat we er los van staan. Maar ook dat verzet vindt plaats binnen dezelfde werkelijkheid.
Er bestaat geen leven buiten het leven.
De waarheid is dan ook niet iets wat we hoeven te bedenken of te bereiken. Ze is wat er werkelijk is, voorafgaand aan alle verhalen die we erover vertellen.
Door onszelf te leren kennen, ontdekken we hoe vaak we die werkelijkheid tegemoet treden vanuit onze angsten en overtuigingen. We leren herkennen wanneer we proberen haar naar onze persoonlijke wil te vormen, en wanneer we openstaan voor wat het leven zelf van ons vraagt.
Daarin ligt de weg.
Het leven volgen betekent niet dat we ophouden met kiezen. Het betekent dat we onze keuzes niet langer uitsluitend laten bepalen door de identiteit die we hebben opgebouwd. We leren luisteren naar een diepere richting, naar de liefde en verbondenheid die voelbaar worden wanneer onze behoefte aan controle naar de achtergrond verdwijnt.
En zo komen we terug bij het begin.
Een intentie verschijnt, krijgt vorm in ons handelen en verandert de werkelijkheid. Iedere keuze wordt onderdeel van het leven dat zich voortdurend ontvouwt.
We kunnen daarin onze angst volgen, of onze liefde. We kunnen ons verzetten tegen wat we zijn, of leren leven vanuit de verbondenheid die er altijd al was.
Jezus wees ons die richting toen hij zei dat we God moesten liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.
Het was geen moreel gebod. Het was de weg, de waarheid en het leven.