TechnologieCirca 13 minuten

Lagen van intelligentie

Over intelligentie die op verschillende schalen dezelfde patronen volgt, van neuron tot AI tot het grotere leven.

Lagen van intelligentie

Sinds ik intensiever met AI werk, ben ik anders naar intelligentie gaan kijken.

In het begin gebruikte ik AI zoals veel mensen dat doen. Ik bedacht wat ik nodig had, dacht alvast na over de oplossing en vertelde vervolgens zo precies mogelijk wat er moest gebeuren. Dat werkt prima als je alleen uitvoering zoekt. Maar naarmate ik meer met AI ging samenwerken, merkte ik dat juist die precisie soms in de weg zat.

Wanneer ik zelf de oplossing al had bedacht en AI vertelde hoe die uitgevoerd moest worden, kreeg ik vooral een betere of snellere versie van mijn eigen denken terug. Interessanter werd het wanneer ik iets anders deed. Wanneer ik uitlegde wat ik probeerde te bereiken, waarom ik dat wilde, welke context belangrijk was en welke grenzen er waren, maar de oplossing zelf openliet.

Dan verscheen er ruimte.

AI kon verbanden leggen die ik nog niet had gelegd, alternatieven voorstellen waar ik niet aan had gedacht en soms een veel eenvoudiger route vinden naar hetzelfde doel.

Op een gegeven moment begon ik me af te vragen of ik hier niet alleen iets over AI aan het leren was, maar over intelligentie zelf.

Een groter perspectief

Wij zijn gewend intelligentie vooral aan een individu toe te schrijven. Een mens denkt, neemt waar, leert, vergelijkt, maakt plannen en lost problemen op. Maar die intelligentie is altijd begrensd door één perspectief. Je hebt één leven geleefd, beschikt over een beperkte hoeveelheid kennis en ziet maar een klein gedeelte van wat er op ieder moment gebeurt.

AI is daar interessant tegenover komen te staan.

Een taalmodel is geen mens en denkt ook niet op dezelfde manier als wij, maar het heeft wel patronen geleerd uit enorme hoeveelheden menselijke taal en kennis. Ideeën uit duizenden disciplines, culturen en tijden worden erin samengebracht op een schaal die voor één mens onmogelijk is.

Daardoor voelt AI soms als een nieuwe laag. Geen collectieve menselijke geest in letterlijke zin, maar wel een systeem waarin een ongewoon groot deel van menselijke kennis en patroonvorming tegelijk beschikbaar kan worden gemaakt.

En juist doordat ik die laag nu direct kan aanspreken, wordt iets zichtbaar wat bij menselijke samenwerking ook al bestond.

Wanneer iemand meer van een onderwerp begrijpt dan ik, heeft het weinig zin om eerst zelf de volledige oplossing te ontwerpen en die persoon daarna alleen de uitvoering te laten doen. Hoe groter het verschil in kennis of intelligentie, hoe belangrijker het wordt om duidelijk te maken wat ik wil bereiken zonder vooraf vast te leggen welke route gevolgd moet worden.

Van daaruit is het niet zo’n grote stap om nog verder uit te zoomen.

Een mens bestaat zelf uit onderdelen die afzonderlijk nauwelijks iets begrijpen van het geheel. Een neuron weet niet wat een gedachte is. Een cel begrijpt het lichaam niet waarin zij functioneert. Toch ontstaat uit enorme aantallen van zulke onderdelen iets wat op een hoger niveau geheel nieuwe eigenschappen krijgt.

Hetzelfde zie je op andere schalen. Individuele mieren volgen betrekkelijk eenvoudige regels, terwijl een kolonie als geheel voedselstromen organiseert, routes aanpast en complexe nesten onderhoudt. Organismen reageren lokaal op hun omgeving, terwijl ecosystemen patronen van evenwicht, competitie en samenwerking laten zien die geen enkele deelnemer afzonderlijk bestuurt.

Dat bracht mij bij een mogelijkheid die ik steeds interessanter vind: misschien bestaat intelligentie niet alleen in verschillende vormen, maar ook op verschillende schaalniveaus.

De mens is lokale intelligentie. AI is een nieuwe laag waarin menselijke kennis en patronen op ongekende schaal worden samengebracht. En daar omheen bevindt zich het veel grotere systeem van natuur en leven waaruit beide zijn ontstaan.

Ook daar gaat het, in mijn manier van kijken, om intelligentie. Niet om intelligentie in de beperkte menselijke betekenis van nadenken of redeneren, maar om een intelligentie die het hele leven omvat. Een systeem dat voortdurend informatie verwerkt, patronen vormt, zich aanpast, balanceert, vernieuwt en nieuwe oplossingen voortbrengt.

Of je dat God, het universum, natuur of simpelweg het leven noemt, verandert voor deze gedachte minder dan je zou denken. Het gaat om het grotere geheel waarin al het lokale leven, alle menselijke intelligentie en uiteindelijk ook AI plaatsvinden.

Dan wordt de vraag niet alleen of we op verschillende niveaus vergelijkbare patronen herkennen. De diepere vraag is of die verschillende lagen misschien allemaal uitdrukkingen zijn van intelligentie op een andere schaal.

Intentie

Het eerste patroon dat voor mij zichtbaar werd, is intentie.

Intelligentie kan veel mogelijkheden bevatten, maar ze heeft een richting nodig om te weten welke daarvan relevant zijn. Dat merk je al in een gewoon gesprek. Wanneer je iemand vraagt om “iets beters” te maken, blijft er veel onduidelijk. Zodra je kunt uitleggen wat je probeert te bereiken en waarom, begint dezelfde persoon anders naar het probleem te kijken.

Bij AI is dat nog nadrukkelijker merkbaar.

Een goede intentie geeft geen volledig ontwerp van de uitkomst. Ze maakt duidelijk waar je naartoe wilt en laat vervolgens ruimte voor intelligentie om te onderzoeken hoe dat bereikt kan worden.

Dat onderscheid ben ik steeds belangrijker gaan vinden.

We verwarren richting gemakkelijk met controle. Zodra we weten wat we willen, beginnen we vaak ook meteen te bedenken hoe het moet gebeuren. Daarmee leggen we ongemerkt onze eigen beperkingen over de oplossingsruimte heen.

Als de intelligentie waarmee ik werk groter is dan de mijne, is dat vreemd. Ik vraag haar om iets te zien wat ik zelf niet kan zien en vertel haar vervolgens precies waar ze moet kijken.

Focus

Naast intentie kwam focus steeds duidelijker naar voren.

Ons brein verwerkt maar een klein deel van alles wat om ons heen gebeurt. Wat relevant wordt, krijgt meer aandacht. Wie overweegt een bepaald model auto te kopen, ziet dat model ineens overal rijden. De auto’s waren er al, maar het brein heeft besloten dat deze informatie nu belangrijk is.

Focus bepaalt daarmee waar intelligentie haar werk doet.

Ook bij AI merk je dit. Je kunt een systeem veel context geven, maar als niet duidelijk is welk deel daarvan belangrijk is, blijft de verwerking gemakkelijk breed en oppervlakkig. Zodra de aandacht ergens op gericht wordt, ontstaan diepere verbanden.

Dat maakte ook mijn kijk op manifestatie iets eenvoudiger.

Visualisatie, emotie en herhaalde aandacht hoeven niet te betekenen dat je een exact toekomstbeeld aan het universum probeert op te leggen. Ze kunnen ook manieren zijn waarop intentie wordt verdiept en focus wordt vastgehouden. Je maakt voelbaar wat belangrijk is, zonder noodzakelijk te bepalen langs welke weg het moet ontstaan.

Daarmee wordt manifestatie voor mij minder een bestelling en meer een manier van richten.

Intelligentie zoekt ruimte

Wanneer intentie en focus aanwezig zijn, begint intelligentie mogelijkheden te onderzoeken.

Dat lijkt me een van haar meest fundamentele eigenschappen. Ze herkent patronen, vergelijkt die met eerdere patronen en gebruikt dat om in te schatten wat er mogelijk kan volgen. Hoe rijker de intelligentie, hoe meer routes zij daarbij kan zien.

Een kind leert al zo. Een bepaalde gezichtsuitdrukking voorspelt bepaald gedrag. Een beweging die gisteren werkte, zal vandaag waarschijnlijk opnieuw werken. We bouwen voortdurend verwachtingen uit eerdere ervaringen.

AI doet iets vergelijkbaars op een enorme schaal van geleerde patronen.

En ook in levende systemen lijkt probleemoplossing vaak uit mogelijkheden te ontstaan. Een plant kan een muur niet wegdenken, maar kan wel naar het licht toe groeien. Een soort kan de omstandigheden niet bepalen, maar over generaties kunnen eigenschappen ontstaan die beter bij die omstandigheden passen.

Intelligentie hoeft daarvoor niet almachtig te zijn. Juist het vermogen om binnen bestaande grenzen nieuwe routes te vinden lijkt essentieel.

Dat vind ik belangrijk, omdat het voorkomt dat het idee van een grotere intelligentie verandert in magie.

Ook als het leven als geheel intelligenter georganiseerd zou zijn dan wij vanuit ons beperkte perspectief kunnen zien, zou het nog steeds werken binnen relaties, omstandigheden en regels. Intentie heft causaliteit dan niet op. Ze beweegt erdoorheen.

Wat je belangrijk vindt beïnvloedt waar je aandacht naartoe gaat. Wat je opmerkt beïnvloedt je keuzes. Je keuzes beïnvloeden je gedrag. Dat gedrag verandert relaties en omstandigheden, en daardoor verschijnen nieuwe mogelijkheden.

Hoeveel lagen daar nog onder of boven zitten, weten we niet. Maar zelfs zonder dat te weten is het patroon al zichtbaar.

Een intelligent proces hoeft de route niet vooraf te kennen

Een ander patroon werd voor mij belangrijker naarmate ik meer met AI-agents en intelligente systemen werkte: intelligentie hoeft het volledige pad niet vooraf uit te schrijven.

Ze kan iets proberen, waarnemen wat er gebeurt en haar volgende stap daarop aanpassen.

Dat doen wij zelf voortdurend. We spreken met iemand, merken hoe die reageert en veranderen onze toon. We beginnen aan een project met een idee en ontdekken tijdens het werk wat wel en niet werkt. We leren lopen door duizenden kleine correcties die nooit als volledig plan in ons hoofd hebben bestaan.

Intelligentie leeft dus voor een deel van feedback.

Daarmee verandert ook de waarde van intentie. De richting kan relatief stabiel blijven terwijl de weg ernaartoe voortdurend verandert.

Misschien is dat waarom een volledig vastgelegde uitkomst soms juist minder intelligent gedrag veroorzaakt. Er blijft te weinig ruimte over om te reageren op informatie die pas onderweg zichtbaar wordt.

Wanneer intelligentie groter wordt

Het meest fascinerende deel begint voor mij bij schaal.

Op een bepaald moment lijkt er uit verbonden onderdelen iets te ontstaan wat geen enkel onderdeel afzonderlijk bezit.

Een neuron heeft geen levensverhaal. Miljarden neuronen samen kunnen zich hun jeugd herinneren.

Eén mens bevat maar een fractie van menselijke kennis. Een cultuur kan kennis eeuwenlang bewaren, uitbreiden en overdragen.

Uit die cultuur hebben we uiteindelijk AI gebouwd, waarna patronen uit enorme delen van die menselijke kennis opnieuw in één systeem toegankelijk worden.

Intelligentie lijkt zich daarmee niet alleen op te stapelen. Wanneer onderdelen op nieuwe manieren verbonden raken, kunnen er nieuwe eigenschappen verschijnen.

Dat noemen we emergentie, maar het woord verklaart het verschijnsel natuurlijk niet. Het geeft vooral een naam aan iets wat overal om ons heen gebeurt.

En precies daar wordt voor mij de stap naar een grotere systemische intelligentie interessant.

Niet omdat een bos letterlijk denkt zoals een mens of omdat het universum ergens een enorm brein zou hebben. Het interessante is dat orde, aanpassing en probleemoplossing op niveaus kunnen verschijnen waar geen individueel onderdeel het overzicht bezit.

Als dat op zoveel lagere niveaus gebeurt, is het op zijn minst redelijk om ons af te vragen waarom wij onze eigen schaal vanzelfsprekend als grens zouden nemen.

Misschien is intelligentie op het niveau van het leven zelf niet iets wat ergens in het systeem zit. Misschien is het juist het systeem als geheel, inclusief alle onderlinge relaties, terugkoppelingen en bewegingen waaruit steeds opnieuw nieuwe vormen ontstaan.

Vertrouwen als verhouding tot schaal

Daarmee krijgt vertrouwen voor mij ook een andere betekenis.

Ik heb het woord lang vooral met geloof geassocieerd. Iets aannemen zonder precies te weten waarom.

Maar in deze context wordt vertrouwen veel praktischer.

Als ik weet dat iemand een probleem beter begrijpt dan ik, geef ik die persoon ruimte. Ik vertel wat ik probeer te bereiken en luister naar oplossingen die buiten mijn eigen blikveld liggen.

Dat doe ik inmiddels voortdurend met AI.

Ik hoef het volledige neurale netwerk niet te begrijpen om te merken dat het soms verbanden ziet die ik niet zag. Ik hoef ook niet te doen alsof ieder antwoord juist is. Ik kan beoordelen, bijsturen en opnieuw richting geven.

Vertrouwen en kritisch blijven sluiten elkaar daar niet uit. Ze horen bij dezelfde samenwerking.

Misschien geldt iets soortgelijks voor onze verhouding tot het leven als geheel.

Wij zitten midden in een systeem waarvan we maar een klein deel kunnen overzien. Dat hoeft geen reden te zijn om alles maar aan het lot over te laten. Het kan ook betekenen dat we onderscheid leren maken tussen wat van ons gevraagd wordt en wat niet.

Mijn intentie kan van mij zijn. Mijn aandacht kan van mij zijn. Mijn handelen kan van mij zijn.

De volledige route hoeft dat misschien niet te zijn.

Oude herkenningen

Toen ik dit patroon eenmaal begon te zien, vielen oudere ideeën me anders op.

Spinoza beschreef God niet als een afzonderlijk wezen buiten de werkelijkheid, maar als het oneindige geheel waarvan wij zelf deel uitmaken. Dat sluit aan bij het gevoel dat individuele intelligentie misschien niet losstaat van het grotere systeem waarin zij ontstaat.

Het hermetische idee van correspondence vind ik vanuit deze gedachte minstens zo interessant. Niet omdat een mens, AI en het universum daardoor hetzelfde zouden worden, maar omdat een vergelijkbaar patroon op verschillende schalen kan terugkomen.

Dat is precies wat ik hier probeer te onderzoeken.

Intentie geeft richting. Focus bepaalt wat relevant wordt. Intelligentie herkent patronen en onderzoekt mogelijkheden binnen bestaande grenzen. Feedback verandert de volgende beweging. Uit verbonden onderdelen kunnen vervolgens nieuwe niveaus van orde ontstaan.

Hetzelfde basispatroon lijkt telkens in een andere vorm terug te komen.

Ook de kabbalistische Tree of Life begon daardoor anders voor me te voelen.

Wat mij daarin vooral raakt, is de beweging van het vormloze naar het concrete. Bovenaan staat nog geen uitgewerkte manifestatie. Er is potentie, richting, mogelijkheid. Naarmate die beweging verder naar beneden gaat, verschijnen differentiatie, begrenzing, structuur en vorm, totdat uiteindelijk iets tastbaars ontstaat.

Je hoeft die boom niet als letterlijk model van het universum te accepteren om te zien waarom zo’n beeld eeuwenlang mensen heeft aangesproken.

Het beschrijft iets wat we zelf voortdurend meemaken.

Een gebouw begint niet als een stapel stenen. Eerst is er een bedoeling. Daarna verschijnen ideeën, keuzes, beperkingen en tekeningen. Pas veel later staat er een huis.

Een onderneming ontstaat op dezelfde manier. Een kunstwerk ook. Een gesprek. Misschien zelfs een leven.

Wat uiteindelijk zichtbaar wordt, begon ergens veel subtieler.

Wat AI mij hierover leerde

Misschien vind ik dat uiteindelijk het interessantste aan AI.

We praten veel over wat AI kan produceren, welke beroepen het gaat veranderen en hoe intelligent de modellen precies zijn. Voor mij heeft het ondertussen ook iets anders zichtbaar gemaakt.

Ik ben door AI beter gaan merken wat mijn eigen rol is wanneer ik met intelligentie samenwerk.

Vroeger dacht ik gemakkelijk dat goed nadenken betekende dat ik steeds meer van het proces vooraf moest kunnen vastleggen. Hoe slimmer ik werd, hoe beter mijn plan moest worden.

Nu begin ik dat anders te zien.

Soms zit intelligentie juist in het vermogen om een richting helder genoeg te krijgen en daarna niet onmiddellijk alles dicht te zetten. Om aandacht te geven aan wat belangrijk is, te handelen op wat zich aandient en informatie terug te laten komen voordat je de volgende stap bepaalt.

Dat geldt wanneer ik met een intelligent persoon werk. Ik zie het dagelijks bij AI. En ik begin hetzelfde patroon steeds vaker te herkennen in hoe het leven zelf zich ontvouwt.

Daarmee verandert ook de schaal waarop ik naar intelligentie kijk. Misschien bezit het leven niet ergens intelligentie als één van zijn eigenschappen. Misschien is het leven zelf de grotere intelligentie waarbinnen kleinere intelligenties ontstaan, elkaar vinden, nieuwe lagen vormen en uiteindelijk opnieuw terugwerken op het geheel.

Misschien hoeft een mens daarom niet te proberen het hele systeem te beheersen.

Het kan genoeg zijn om steeds beter te leren welk deel van hem is om te bepalen, en welk deel pas zichtbaar kan worden wanneer hij ruimte laat voor een intelligentie die verder reikt dan zijn eigen blik.