ReligieCirca 6 minuten

Wanneer geloof zichzelf niet meer bevraagt

Geloof dat zichzelf niet meer bevraagt, en daardoor angst in stand houdt.

Wanneer geloof zichzelf niet meer bevraagt

Er zit iets vreemds in het christendom zoals veel mensen het vandaag beleven. Aan de ene kant is er een boodschap die bijna radicaal eenvoudig klinkt: vertrouw op God, heb je naaste lief, wees niet bang en probeer vanuit liefde te handelen.

Daar kan ik veel mee. Daarin herken ik zelfs iets wat volgens mij veel groter is dan het christendom.

Maar rondom die eenvoudige boodschap is een heel systeem ontstaan. Je moet Jezus aannemen als je redder, je geloof belijden en begrijpen dat de mens zondig is, dat er een schuld bestaat die vereffend moet worden en dat Jezus daarvoor gestorven is. Redding raakt vervolgens verbonden aan wat je precies gelooft over dat verhaal.

Zo komt er een theologie van schuld, boete, offer, oordeel en verlossing te staan naast een Jezus die spreekt over liefde, vergeving en vertrouwen op God.

Wat mij vooral fascineert, is hoe weinig spanning dat blijkbaar oplevert. Niet omdat iedere christen die tegenstelling uitgebreid heeft onderzocht en tot een overtuigend antwoord is gekomen. Veel vaker lijken beide kanten simpelweg vanaf het begin tot dezelfde waarheid te behoren. Jezus is de waarheid, de Bijbel is het Woord van God en de geloofsleer vertelt hoe die Bijbel begrepen moet worden.

Wanneer iets begint te schuren, hoeft daardoor niet het geheel onderzocht te worden. Er kan een andere tekst bij worden gehaald die de spanning weer opvangt. Een uitspraak van Paulus, een passage uit Johannes, iets uit het Oude Testament, een vers over zonde, oordeel of redding. Voor bijna iedere vraag bestaat wel een ander vers waarmee het bestaande verhaal opnieuw sluitend gemaakt kan worden.

Langzaam ontstaat zo een gesloten systeem. De Bijbel ondersteunt het dogma, terwijl het dogma bepaalt hoe de Bijbel gelezen wordt.

Dat verklaart misschien waarom gesprekken over geloof soms zo moeizaam worden. Je kunt een fundamentele vraag stellen over Jezus, liefde, schuld of redding, maar voordat die vraag zelf veel ruimte krijgt, verschijnen de verzen die het antwoord al moeten geven. Wie de Schrift goed kent, bezit binnen dat systeem bovendien een vorm van autoriteit. Ik weet waar het staat, dus ik weet hoe het zit.

Maar weten waar iets staat, vertelt nog niet vanzelf wat het betekent.

Je kunt ook vragen wie een tekst schreef, wanneer dat gebeurde, voor welk publiek, binnen welke religieuze en politieke omstandigheden, en hoe andere vroege christenen naar dezelfde onderwerpen keken. Je kunt je afvragen welke verhalen over Jezus circuleerden voordat er überhaupt een Bijbel bestond zoals wij die nu kennen.

Juist als iemand door Jezus gefascineerd is, zou je een enorme nieuwsgierigheid naar zulke vragen verwachten. Wie was deze man? In welke wereld leefde hij? Waar verzette hij zich tegen? Waarom kwam hij voortdurend in conflict met religieuze autoriteiten? Wat bedoelde hij met het koninkrijk van God?

Toch lijkt die nieuwsgierigheid binnen veel christelijke omgevingen opvallend beperkt.

Daar hoeft niemand voortdurend voor te waarschuwen. Als je van jongs af aan leert dat de Bijbel heilig is en de belangrijkste geloofswaarheden vaststaan, ontstaat de vraag naar alternatieven nauwelijks. Je gaat niet gemakkelijk onderzoeken wat volgens het systeem zelf al buiten de waarheid valt.

Andere vroege teksten, verdwenen christelijke stromingen of afwijkende interpretaties krijgen daardoor al snel een andere status. Ze zijn geen mogelijke bronnen die iets aan het beeld kunnen toevoegen, maar iets waar je voorzichtig mee moet zijn. In strengere kringen kan twijfel zelf zelfs verdacht worden. Misschien raak je in verwarring. Misschien dwaal je af. Misschien geef je iets verkeerds ruimte.

Angst hoeft dan niet voortdurend uitgesproken te worden. Het is genoeg dat er een grens ontstaat waarachter het onveilig voelt om verder te kijken.

In sommige evangelische kerken wordt voor mij zichtbaar waartoe dat kan leiden. Daar kunnen mensen zich intens verbonden voelen met Jezus, terwijl hun concrete beeld van zijn leven en leer verrassend klein blijft. Vraag wie Jezus is en je hoort dat hij in hun hart zit, God is, hun redder is of voor hun zonden gestorven is.

Dat zijn uitspraken over wat Jezus binnen het geloofssysteem betekent. Ze vertellen nog weinig over wie hij was, hoe hij leefde, waar hij over sprak en waarom zijn boodschap zoveel weerstand opriep.

Je kunt daardoor jarenlang iedere zondag naar de kerk gaan en tegelijkertijd nauwelijks dichter bij de historische Jezus komen.

Dat maakt de ervaringen in zulke kerken niet minder echt. Een volle zaal die samen zingt, bidt, huilt en zich op hetzelfde richt, kan enorm intens zijn. Muziek, verwachting, aandacht en emotie versterken elkaar. Mensen voelen zich tijdelijk onderdeel van iets dat groter is dan zijzelf.

Volgens mij hebben mensen zulke ervaringen ook nodig. Communities en rituelen zijn niet toevallig overal in menselijke culturen ontstaan. Wanneer mensen met dezelfde intentie bij elkaar komen, ontstaat er iets wat individueel moeilijker op te roepen is. Een concertzaal kan als één geheel bewegen. In een voetbalstadion kan vreugde binnen enkele seconden door tienduizenden mensen trekken. Tijdens gezamenlijke zang, meditatie of een ceremonie kan het onderscheid tussen het individuele gevoel en de groep tijdelijk vervagen.

Wat zo’n ervaring vervolgens betekent, wordt voor een groot deel bepaald door de omgeving waarin zij plaatsvindt.

In een evangelische kerk krijgt de ervaring de taal van de Heilige Geest, Jezus en de aanwezigheid van God. Binnen een andere religieuze traditie zou een vergelijkbare menselijke ervaring met andere begrippen worden beschreven.

Daar zit voor mij een belangrijk onderscheid. De ervaring kan oprecht zijn zonder dat zij daarmee automatisch de theologische verklaring ervan bewijst.

Toch gebeurt precies dat gemakkelijk. De gemeenschap leert een bepaald verhaal, binnen die gemeenschap ontstaat een intense ervaring, en die ervaring wordt vervolgens gezien als bevestiging van het verhaal. Omdat de ervaring diep en persoonlijk voelt, krijgt ook de verklaring ervan een bijna onaantastbare status.

Zo hoeft uiteindelijk steeds minder onderzocht te worden. De teksten bevestigen de leer, de leer geeft betekenis aan de teksten, de gemeenschap houdt beide levend en de ervaringen binnen die gemeenschap voelen als bevestiging dat het geheel klopt.

Daar zie ik de passiviteit ontstaan.

Niet omdat christenen niet kunnen nadenken of niet geïnteresseerd zouden zijn in waarheid. Het probleem is dat binnen een gesloten geloofssysteem de belangrijkste vragen al beantwoord lijken voordat iemand de behoefte voelt ze te stellen. Er hoeft geen bewuste onderdrukking van nieuwsgierigheid plaats te vinden wanneer nauwelijks wordt ervaren dat er nog iets te onderzoeken valt.

En juist daar kom ik terug bij die eenvoudige boodschap waarmee het begon.

Vertrouw op God.

Als je dat werkelijk gelooft, lijkt mij dat bijna het tegenovergestelde van angstig vasthouden aan zekerheid. Dan zou een onbekende tekst geen bedreiging hoeven zijn. Een historische ontdekking hoeft niets kapot te maken. Een moeilijke vraag hoeft niet zo snel mogelijk dichtgezet te worden met een ander vers.

Misschien vraagt vertrouwen juist dat je durft te onderzoeken zonder vooraf te eisen waar je moet uitkomen.

Als iets waar is, hoeft het niet beschermd te worden tegen een vraag.