ReligieCirca 5 minuten

Waar liefde wordt beleden, maar angst regeert

Niet wat een geloof over liefde zegt, maar wat het in een mens voortbrengt, laat zien welk principe werkelijk regeert.

Rond een warme gemeenschapstafel zijn stoelen met dunne koorden verbonden; één teruggeschoven stoel trekt het koord strak.

Waar liefde wordt beleden, maar angst regeert

Ik ben niet afgehaakt op Jezus. Ik ben vastgelopen op de manier waarop zijn woorden werden geïnterpreteerd, ingekaderd en bewaakt.

In de kerk hoorde ik: God is liefde.

In mijn lijf voelde ik: ik moet oppassen, ik kan het verkeerd doen.

Die twee werkelijkheden konden jarenlang naast elkaar bestaan. De woorden spraken over genade, vrede en vertrouwen. Daaronder liep een andere boodschap mee. Twijfel niet te ver. Verlaat de juiste lijn niet. Vertrouw je eigen waarneming niet wanneer zij botst met wat je behoort te geloven.

Omdat het systeem heilig was, kon de spanning niet aan het systeem liggen. Dus keerde zij naar binnen.

Als ik onrust voelde, was mijn geloof niet sterk genoeg. Als een uitleg niet klopte, begreep ik haar nog niet goed. Als ik vragen bleef houden, zat er blijkbaar iets in mij dat zich tegen God verzette.

Zo leer je jezelf corrigeren voordat iemand anders het hoeft te doen.

Pas later herkende ik hetzelfde patroon in menselijke relaties. Iemand kan vaak zeggen dat hij van je houdt en die liefde ook oprecht ervaren, zolang je binnen de vertrouwde verhouding blijft. Maar stel een grens, benoem iets wat niet klopt of neem je eigen waarneming serieus, en de temperatuur verandert.

De verbinding wordt kouder. Schuld verschijnt. Wat jij zag wordt een misverstand, een tekort of een bewijs dat je de ander niet vertrouwt. Je leert welke delen van jezelf welkom zijn en welke delen de relatie in gevaar brengen.

Dat maakt de warmte die er wel was niet noodzakelijk onecht. Juist daarom is het patroon zo verwarrend. De maaltijden, gesprekken, liederen en momenten van verbondenheid kunnen gemeend zijn. Mensen kunnen voor elkaar zorgen, samen rouwen en elkaar oprecht dragen.

Maar de werkelijke structuur wordt zichtbaar wanneer iemand zijn stoel naar achteren schuift.

Blijft de verbinding bestaan wanneer je een vraag stelt waarop het systeem geen veilig antwoord heeft? Mag je geweten iets anders zeggen dan de groep? Kan liefde aanwezig blijven zonder dat jij je waarneming inlevert?

Wanneer het antwoord nee is, wordt liefde niet alleen gegeven. Zij wordt gebruikt om de grens van het toegestane voelbaar te maken.

Jezus gaf zelf een verrassend eenvoudig criterium: aan hun vruchten zult gij hen kennen.

Niet aan de woorden waarmee iets zich presenteert. Niet aan de zuiverheid van de leer of de overtuiging van degene die haar verkondigt. Kijk naar wat er groeit.

Wordt een mens vrijer, eerlijker en beter in staat verantwoordelijkheid te dragen? Of wordt hij kleiner, waakzamer en afhankelijker van toestemming? Leert hij liefde ontvangen en doorgeven? Of leert hij vooral zichzelf wantrouwen?

Een geloof kan liefde belijden en toch angst voortbrengen. De vrucht vertelt dan iets wat de taal probeert te bedekken.

Angst zelf is niet het probleem. Angst hoort bij het menselijk leven. Zij waarschuwt, beschermt en maakt zichtbaar waar iets op het spel staat. Maar angst regeert wanneer zij nodig is om de verbinding bijeen te houden. Wanneer iemand moet vrezen voor afwijzing, veroordeling of uitsluiting om binnen het goede te blijven.

Dat zie je ook bij woorden als genade en godsvrees.

Genade zou iets kunnen zijn wat niet verdiend hoeft te worden. Toch kan zij zo worden verteld dat je haar voortdurend kunt verspelen. Godsvrees kan als eerbied worden uitgelegd, terwijl het lichaam vooral leert bang te zijn om verkeerd te geloven.

De theologische definitie kan zorgvuldig zijn. Het geleefde effect blijft wat het is.

Als genade afhankelijkheid voortbrengt, moeten we naar die vrucht durven kijken. Als eerbied chronische angst wordt, is het niet voldoende om te zeggen dat angst nooit de bedoeling was.

Daarmee zeg ik niet dat iedere regel liefdeloos is. Liefde kan begrenzen. Zij kan confronteren en iets van ons vragen wat we liever vermijden. Een ouder die een kind tegenhoudt, trekt ook een grens. Het verschil is dat de verbinding niet als dreigmiddel wordt gebruikt.

Liefde zegt niet: word zoals ik je nodig heb, anders verlies je mij.

Zij kan zeggen: dit gedrag beschadigt ons. Zij kan afstand nemen wanneer nabijheid onveilig wordt. Maar zij hoeft de waardigheid van de ander niet af te nemen om zichzelf te beschermen.

Wanneer ik Jezus zonder het oude angstkader lees, valt vooral op hoeveel verantwoordelijkheid hij bij mensen teruglegt. Hij vraagt hun te kijken, te kiezen en de vrucht te herkennen. Hij wijst niet voortdurend van de mens weg, naar een systeem dat namens hem moet bepalen wat waar is.

Dat maakt zijn woorden niet zachter. Soms worden ze juist scherper. Maar de scherpte dient ontwaken, niet afhankelijkheid. De waarheid zal vrijmaken, zegt hij. Vrijheid is daarmee geen gevaarlijk bijproduct dat later weer door regels moet worden ingeperkt. Zij is deel van de vrucht.

Misschien is dat waarom zijn vraag tijdens de storm zo anders klinkt dan de waarschuwingen waarmee ik ben opgegroeid.

Waarom zijn jullie bang?

Niet: hebben jullie wel precies het juiste geloof beleden? Niet: wie van jullie heeft deze storm veroorzaakt? Hij wijst naar de angst zelf en naar het vertrouwen dat eronder verloren is geraakt.

Ik schrijf dit niet om de warmte van geloofsgemeenschappen te ontkennen en ook niet om gelovigen bij Jezus weg te trekken. Ik schrijf het omdat liefde serieus genomen mag worden als meer dan het woord boven de deur.

Als liefde werkelijk het fundament is, moet zij een vraag kunnen verdragen. Een grens. Een afwijkende waarneming. Zelfs het vertrek van iemand die niet langer kan blijven.

Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet of een geloof liefde verkondigt.

De vraag is wat er gebeurt wanneer iemand binnen dat geloof zijn stoel naar achteren schuift.

Blijft de liefde dan staan?

Of blijkt angst al die tijd het fundament te zijn geweest?