De verlossing die wij afwijzen
Over verlossing die we afwijzen omdat zij geen autoriteit buiten ons nodig heeft.
De verlossing die wij afwijzen
Ik had het met mijn neefje over Spinoza. We spraken over zijn ideeën over God en over het feit dat hij uit zijn eigen religieuze gemeenschap werd verbannen. Tijdens dat gesprek moest ik aan Jezus denken.
Niet omdat hun levens of boodschappen gelijk waren. Wat mij trof was de overeenkomst in de beweging. Beiden zagen iets wat binnen hun omgeving moeilijk kon worden opgenomen. Beiden spraken over God op een manier die de bestaande religieuze orde openbrak. Wat voor hen bevrijding betekende, werd door de mensen om hen heen ervaren als verlies van zekerheid, samenhang of controle.
Daar verscheen een patroon.
Iemand ziet een uitweg uit een werkelijkheid waarin anderen gevangen zitten. Hij probeert uit te leggen wat hij ziet, maar zijn woorden passen nog niet binnen de manier waarop zijn omgeving heeft geleerd te denken. Het systeem herkent de bevrijding daarom eerst als verwarring, ongehoorzaamheid of gevaar.
Vervolgens stoot het precies datgene af wat het zou kunnen genezen.
De profetie als herkenning van een patroon
De profetieën van Jesaja worden binnen het christendom met Jezus verbonden. Daar wil ik niets aan afdoen. Misschien wordt hun betekenis alleen groter wanneer we ze ook lezen als een beschrijving van het mechanisme waardoor de verlosser niet wordt herkend.
Jesaja schrijft:
“Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.”
Jesaja 53:3
En even later:
“Als een lam werd Hij ter slachting geleid.”
Jesaja 53:7
De tekst voorspelt niet alleen dat er iemand zal komen die verlossing brengt. Hij laat ook zien hoe mensen op hem zullen reageren. De dienaar verschijnt niet in de vorm waarin zij macht, gezag en overwinning verwachten. Zij kijken naar hem, maar begrijpen niet wat er voor hen staat.
Ook Psalm 118 benoemt deze vreemde omkering:
“De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.”
Psalm 118:22
Het zijn de bouwers die de steen afkeuren. Zij beschikken over de kennis, de traditie en de verantwoordelijkheid om te bepalen wat in het bouwwerk past. Toch herkennen juist zij het dragende element niet, omdat zij het beoordelen vanuit het gebouw dat zij al kennen.
Jezus wist dat hij zelf binnen dit patroon terecht zou komen:
“De Zoon des mensen [moest] veel lijden, en verworpen worden […] en gedood worden.”
Marcus 8:31
Opvallend genoeg begon Petrus hem meteen tegen te spreken. Zelfs iemand die Jezus volgde en hem als de Christus herkende, kon niet begrijpen dat een verlosser verworpen zou worden. Petrus zag verlossing nog door de verwachtingen van zijn eigen tijd. Hij verwachtte overwinning, terwijl Jezus voorzag dat zijn boodschap eerst weerstand zou oproepen.
In de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters plaatste Jezus zijn naderende dood in een langere reeks. Een eigenaar stuurt boodschappers naar zijn wijngaard, maar de pachters slaan hen, verdrijven hen en doden sommigen van hen. Ten slotte stuurt hij zijn zoon.
“Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden.”
Marcus 12:7
Daarna verwijst Jezus zelf naar de afgekeurde steen.
De gelijkenis gaat daardoor verder dan zijn eigen dood. Zij laat zien wat er gebeurt wanneer beheerders zich eigenaar beginnen te voelen van iets wat hun slechts is toevertrouwd. De boodschapper wordt dan niet ontvangen als iemand die de oorspronkelijke bedoeling herstelt. Hij wordt ervaren als een bedreiging voor de orde, positie en zekerheid die binnen het systeem zijn ontstaan.
Johannes vat het in één zin samen:
“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”
Johannes 1:11
De verlosser komt niet naar mensen die nergens op wachten. Hij komt naar mensen die al een beeld van hun verlossing hebben gemaakt. Wanneer hij niet aan dat beeld voldoet, herkennen zij hun eigen antwoord niet.
Zien voordat er taal voor is
De verlosser staat vaak alleen omdat hij als eerste ziet wat later misschien begrijpelijk wordt. Dat hoeft niet te betekenen dat er niemand naar hem luistert. Jezus had discipelen en trok grote groepen mensen aan. Toch laten de evangeliën voortdurend zien hoe moeilijk het zelfs voor zijn volgelingen was om te begrijpen waarover hij sprak.
Zij verwachtten een zichtbaar koninkrijk, vroegen wie van hen de belangrijkste zou worden en bleven denken in rangorde, macht en beloning. Jezus wees ondertussen naar een andere laag:
“Het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.”
Lukas 17:21
Veel van zijn onderwijs kunnen wij nu herkennen met woorden die toen niet bestonden. Emotionele zelfregulatie is daar een voorbeeld van. Jezus verplaatste de aandacht steeds van de uiterlijke gebeurtenis naar wat zij in de mens opriep. Niet alleen het geweld was van belang, maar ook de woede waaruit het ontstond. Niet alleen de vijand, maar de macht die de vijand over onze innerlijke toestand kreeg.
De andere wang toekeren kan vanuit dat perspectief worden gelezen als het onderbreken van een automatische keten. Wanneer wij agressie onmiddellijk teruggeven, nemen wij de innerlijke toestand van de ander over en brengen wij haar opnieuw in de wereld. Wanneer wij onze reactie kunnen dragen zonder haar blind door te geven, ontstaat er ruimte voor een andere uitkomst.
Ook het moderne woord manifesteren kan iets van dit patroon zichtbaar maken, zolang we het niet reduceren tot het verkrijgen van alles wat we wensen. Onze innerlijke toestand beïnvloedt wat wij waarnemen, welke keuzes wij maken, hoe wij anderen benaderen en welke reacties wij daarmee oproepen. Angst brengt controle voort. Controle wekt weerstand. Die weerstand lijkt vervolgens te bewijzen dat de oorspronkelijke angst terecht was.
Jezus sprak over geloof, zaaien, vruchten dragen en een Koninkrijk dat niet eenvoudig hier of daar aangewezen kon worden. Wij beschikken nu over psychologische taal waarmee delen van die beweging beter beschreven kunnen worden. Daarmee wordt niet beweerd dat zijn woorden exact hetzelfde zijn als moderne theorieën. De overeenkomsten maken zichtbaar dat een inzicht in verschillende tijden opnieuw kan verschijnen, telkens in de taal die beschikbaar is.
Misschien gebruikte Jezus daarom zoveel parabels. Een parabel legt een patroon niet volledig uit, maar bewaart het in een beeld. Het verhaal kan worden onthouden voordat de diepere beweging wordt begrepen. Jaren later kan iemand hetzelfde verhaal lezen en plotseling herkennen wat het al die tijd aanwees.
Profetie doet iets vergelijkbaars. Zij bewaart een patroon door de tijd heen. De profeet lijkt iets te horen voordat de anderen beseffen dat er een ritme bestaat.
Spinoza en de angst voor vrijheid
Bij Spinoza verschijnt dezelfde beweging in een andere vorm.
In 1656 werd hij op drieëntwintigjarige leeftijd uit de Portugees-Joodse gemeenschap van Amsterdam verbannen. De precieze aanleiding is niet volledig bekend, maar zijn opvattingen over God, de Schrift, de ziel en religieuze autoriteit weken fundamenteel af van wat binnen de gemeenschap kon worden toegestaan.
Spinoza beschreef God niet als een menselijke heerser buiten de werkelijkheid die ingrijpt, straft en beloont. God en natuur waren voor hem geen gescheiden domeinen. Alles wat bestaat, bestaat binnen één oneindige werkelijkheid.
Dat inzicht veranderde ook de positie van religieuze autoriteit. Wanneer God niet het bezit is van één volk, instituut of openbaring, kan geen geestelijke klasse exclusief bepalen waar het goddelijke begint en eindigt. Spinoza verdedigde daarom de vrijheid om te denken en te filosoferen, ook wanneer de uitkomst botste met religieuze orthodoxie.
Hij zag bovendien hoe sterk religieuze macht verbonden kan raken met angst. Mensen die leven tussen hoop en vrees worden vatbaar voor bijgeloof en voor autoriteiten die hun een gevoel van orde beloven. Macht kan die angst vervolgens gebruiken om afhankelijkheid in stand te houden.
Zijn verbanning werd daarmee bijna een illustratie van het mechanisme dat hij beschreef.
De reactie van zijn gemeenschap hoeft daarvoor niet uitsluitend uit kwade intenties te zijn ontstaan. De Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam bestond uit families die vervolging en gedwongen bekering op het Iberisch Schiereiland hadden meegemaakt. Haar vrijheid en samenhang waren kwetsbaar. Een radicale denker kon daardoor worden ervaren als een gevaar voor een gemeenschap die haar identiteit nog probeerde te beschermen.
Dat maakt het patroon menselijker en tegelijk tragischer. Systemen wijzen hun mogelijke verlossing zelden af onder het uitgesproken motto dat zij tegen de waarheid zijn. Zij doen het terwijl zij denken dat zij waarheid, veiligheid en continuïteit verdedigen.
Spinoza zag dat mensen zich zelfs aan hun ketenen kunnen vastklampen wanneer die ketenen onderdeel zijn geworden van hun identiteit. Vrijheid vraagt meer dan een open deur. De mens moet ook kunnen verdragen dat de bekende muren verdwijnen.
Andere verschijningen van hetzelfde mechanisme
Eeuwen voor Spinoza liep Socrates door Athene en stelde hij vragen aan mensen die zichzelf als wijs beschouwden. Hij liet zien dat hun zekerheid vaak groter was dan hun kennis. De mensen die door zijn vragen met hun eigen onwetendheid werden geconfronteerd, voelden zich daardoor niet noodzakelijk bevrijd. Velen ervoeren hem als irritant en gevaarlijk.
Socrates noemde zichzelf een horzel die een groot maar traag paard wakker probeerde te houden. De stad had zijn vragen nodig, maar veroordeelde hem uiteindelijk wegens goddeloosheid en het bederven van de jeugd. Door hem ter dood te brengen, verwijderde Athene tijdelijk de onrust die hij veroorzaakte. Tegelijk verloor het degene die haar leerde de eigen zekerheden te onderzoeken.
Bij Ignaz Semmelweis werd dezelfde beweging bijna letterlijk een kwestie van leven en dood. In 1847 ontdekte hij dat veel minder vrouwen aan kraamvrouwenkoorts stierven wanneer artsen hun handen desinfecteerden voordat zij hen onderzochten. Zijn waarnemingen pasten niet binnen de gangbare medische theorieën en dwongen artsen bovendien onder ogen te zien dat hun eigen handen de dood konden overbrengen aan de vrouwen die zij probeerden te genezen.
Het systeem werd niet alleen gevraagd een nieuwe handeling aan te leren. Het moest zijn beeld van zichzelf herzien. De genezer moest accepteren dat hij onderdeel van de ziekte kon zijn. Het levensreddende inzicht werd daarom eerst als aanklacht ervaren.
Semmelweis had resultaten, maar nog geen volledige kiemtheorie waarmee hij het mechanisme kon verklaren. Het signaal verscheen voordat het wetenschappelijke systeem over de begrippen beschikte waarmee het ontvangen kon worden.
Binnen het Tibetaans boeddhisme zien we een andere omgang met terugkerend inzicht. Daar bestaat een traditie waarin na het overlijden van een Dalai Lama wordt gezocht naar zijn volgende incarnatie. Aanwijzingen, rituelen en herkenning spelen een rol in dat proces. De traditie gaat uit van de mogelijkheid dat een spirituele lijn opnieuw verschijnt en dat mensen moeten leren de tekenen daarvan te onderscheiden.
Dat is niet hetzelfde als het verhaal van de wijzen uit het Oosten die een ster volgden. Er is geen reden om een directe historische verbinding tussen beide te leggen. Toch laten beide verhalen een overeenkomst zien. Waar de ene mens slechts een kind, een ster of een vreemd teken ziet, kan een ander daarin iets herkennen wat binnen zijn eigen referentiekader betekenis heeft.
De verhalen bewijzen elkaar niet. Zij tonen hoe verschillend mensen kunnen reageren wanneer iets nieuws verschijnt. De wijzen zien een teken en gaan op weg. Herodes ontvangt hetzelfde nieuws en ziet een bedreiging voor zijn macht.
Het vreemde lichaam
Het patroon verschijnt ook op kleinere schaal. Een lichaam kan een levensreddend donororgaan afstoten omdat het vreemd is. Een gezin kan degene die een verzwegen probleem benoemt zelf tot probleem maken. Een organisatie noemt de klokkenluider onloyaal.
Telkens verdedigt een systeem zijn bestaande identiteit door datgene uit te stoten wat zijn ziekte zichtbaar maakt. De benamingen verschillen. De beweging blijft dezelfde.
Aan hun vruchten
Niet iedereen die wordt afgewezen is daarom een verlosser. Niet iedere buitenstaander ziet iets wat de rest nog niet kan zien. Afwijzing kan nooit op zichzelf als bewijs van verlichting gelden.
Jezus gaf daarvoor een eenvoudige maatstaf:
“Aan hun vruchten zult gij hen kennen.”
Mattheüs 7:16
Wat brengt een boodschap voort? Maakt zij mensen afhankelijker van de boodschapper, of helpt zij hen zelf te leren zien? Vergroot zij angst en vijanddenken, of brengt zij meer vrijheid, verantwoordelijkheid en mededogen? Beschermt de spreker zijn eigen positie, of opent hij een weg die ook zonder hem begaanbaar blijft?
Een verlosser hoeft binnen dit patroon niet iemand te zijn die de hele mensheid komt redden. Het kan iemand zijn die op een bepaalde laag een uitweg ziet uit een werkelijkheid die zichzelf gevangen houdt.
Jezus wees naar het Koninkrijk binnen de mens. Socrates bevrijdde mensen van de illusie dat zekerheid hetzelfde is als kennis. Spinoza probeerde God los te maken uit menselijke beelden van macht, angst en gehoorzaamheid. Semmelweis zag dat de handen van de genezer onderdeel van de ziekte konden zijn.
Hun boodschappen waren niet hetzelfde en hoeven niet tot één leer te worden samengevoegd. Wat zich herhaalt is het moment waarop iemand iets ziet waarvoor zijn omgeving nog geen plaats heeft.
Eerst wordt het inzicht afgewezen omdat het vreemd klinkt. Later ontstaat er taal voor. Soms wordt degene die werd verbannen, veroordeeld of bespot uiteindelijk opgenomen in het verhaal dat de samenleving over haar eigen vooruitgang vertelt.
Daarom zeggen de profetieën misschien meer dan dat Jezus zou komen en lijden. Zij laten zien wat er telkens gebeurt wanneer een verlossend inzicht verschijnt in een systeem dat zijn eigen grenzen nog niet kan waarnemen.
De dienaar wordt veracht. De steen wordt door de bouwers afgekeurd. De stem spreekt, terwijl mensen horen zonder te begrijpen.
Toch blijft het inzicht terugkeren, in andere tijden, in andere woorden en door andere mensen, totdat wat eerst onbegrijpelijk leek langzaam onderdeel wordt van wat de mensheid kan zien.
Bronnen en verwijzingen
- Jesaja 53, Statenvertaling
- Psalm 118, Statenvertaling
- Marcus 8, Statenvertaling
- Marcus 12, Statenvertaling
- Johannes 1, Statenvertaling
- Lukas 17, Statenvertaling
- Mattheüs 7, Statenvertaling
- Baruch Spinoza, Stanford Encyclopedia of Philosophy
- Spinoza’s Political Philosophy, Stanford Encyclopedia of Philosophy
- Plato, Apology
- Ignaz Semmelweis and hand hygiene, National Library of Medicine
- Continuation and recognition of the Dalai Lama institution