De schuld van Simba
Simba’s schuld als hetzelfde narratief waarmee religie de mens klein houdt.
De schuld van Simba
Er is een moment in The Lion King waarop Simba’s hele wereld verandert.
Tot dan toe is hij een kind. Nieuwsgierig, overmoedig, soms roekeloos, zoals kinderen kunnen zijn wanneer ze nog niet precies begrijpen hoe kwetsbaar de wereld is. Zijn vader is er, de savanne heeft een orde en ergens in die orde heeft ook Simba zijn plek. Hij hoeft daar nog niet over na te denken. Het is gewoon zo.
Dan komt de kloof.
Scar heeft alles voorbereid. De gnoes worden opgejaagd, Simba raakt midden in de kudde en Mufasa rent naar binnen om hem te redden. Hij weet Simba in veiligheid te brengen en probeert daarna zelf uit de kloof te klimmen. Bovenaan staat Scar.
Mufasa denkt dat hij naar zijn broer kijkt.
Scar laat hem vallen.
Wanneer de kudde voorbij is, vindt Simba zijn vader. Hij probeert hem wakker te maken en kruipt uiteindelijk onder zijn poot, alsof die hem nog één keer kan beschermen tegen wat er net gebeurd is.
Dan verschijnt Scar.
Hij hoeft Simba nauwelijks iets wijs te maken. De belangrijkste verbinding heeft Simba zelf al gelegd. Mufasa kwam omdat hij in gevaar was. Nu is Mufasa dood. Als Simba daar niet was geweest, zou zijn vader nog leven.
Voor een kind is dat bijna genoeg.
Scar hoeft die gedachte alleen een richting te geven. Wat zullen de anderen denken? Wat zal zijn moeder denken?
Vanaf dat moment gaat het niet meer alleen over wat er is gebeurd. Het gaat over wat die gebeurtenis volgens Simba over hém zegt. Hij begint zichzelf te zien als degene door wie dit alles is veroorzaakt.
Daarna geeft Scar hem een uitweg.
Hij moet vluchten.
En Simba vlucht.
Dat vind ik misschien wel het interessantste deel van het verhaal. Scar krijgt macht over Simba zonder hem gevangen te houden. Zodra Simba gelooft dat hij verantwoordelijk is voor de dood van zijn vader, houdt hij zichzelf weg van Pride Rock.
Scar hoeft hem niet te verbannen. Simba verbant zichzelf.
Daarna verandert de toon van de film volledig.
Simba ontmoet Timon en Pumbaa en leert een nieuwe manier van leven kennen.
Hakuna Matata.
Geen zorgen.
Er zit iets moois in wat zij hem geven. Simba heeft iets verschrikkelijks meegemaakt en komt terecht bij twee wezens die niets van hem nodig hebben. Bij hen hoeft hij geen prins te zijn, geen toekomstige koning en ook niet voortdurend de zoon van Mufasa. Hij mag eten, slapen, lachen en ouder worden.
Hij mag weer leven.
Alleen heeft hij zijn verleden daarmee niet verwerkt. Hij heeft een plek gevonden waar hij er niet naar hoeft te kijken.
Dat maakt Hakuna Matata zo interessant. Het lijkt op loslaten, maar bij Simba ligt er iets onder wat nooit is losgelaten. De schuld is er nog steeds. Hij heeft alleen geleerd eromheen te leven.
Dat werkt verrassend goed.
Simba groeit op. Hij heeft vrienden. Hij lijkt ontspannen. Scar is ver weg en de kloof behoort tot een ander leven.
Tot Nala verschijnt.
Dan blijkt hoe begrensd zijn vrijheid is. Zodra het verleden hem opnieuw aanspreekt, wil hij weg. Teruggaan naar Pride Rock betekent ook teruggaan naar de vraag die hij al die jaren heeft vermeden.
Wat heb ik gedaan?
Hij heeft Scar verlaten, maar het verhaal dat Scar hem over zichzelf vertelde is met hem meegereisd.
Dat herken ik als een veel breder menselijk patroon.
We kunnen een omgeving verlaten en de regels ervan nog jarenlang met ons meedragen. We kunnen een relatie beëindigen en onszelf nog steeds bekijken door de ogen van de ander. We kunnen zeggen dat we iets hebben losgelaten terwijl we vooral hebben geleerd welke deur we niet meer moeten openen.
Zelfs ideeën die op zichzelf gezond zijn kunnen daarbij helpen. Positief blijven. Vergeven. Vertrouwen. Niet in het verleden leven. In het nu zijn.
Daar hoeft niets mis mee te zijn. Soms hebben we precies dat nodig om na iets moeilijks weer verder te kunnen.
Maar het kan ook gebeuren dat we zo goed leren leven rond een oude wond, dat we vergeten terug te gaan naar het verhaal dat daar ooit is ontstaan.
Bij Simba is dat verhaal eenvoudig: mijn vader is door mij gestorven.
De feiten eromheen zijn allemaal echt. Simba was in de kloof. Mufasa kwam hem redden. Mufasa stierf.
Scar hoefde alleen een betekenis tussen die feiten te leggen.
En op een gegeven moment was die betekenis voor Simba geen interpretatie meer. Het was zijn werkelijkheid.
Van daaruit begon ik ook anders te kijken naar een verhaal dat binnen het christendom zo vanzelfsprekend is geworden dat het nauwelijks nog als verhaal wordt gezien.
De mens is gevallen. Er bestaat zonde. Daardoor is er afstand ontstaan tussen de mens en God. De mens kan die afstand niet zelf herstellen.
Dan komt Jezus.
Hij sterft voor onze zonden.
Voor veel christenen ligt daar juist het hart van de liefde in. God laat de mens niet achter met zijn schuld, maar neemt die schuld op zich. Het kruis wordt daarmee geen veroordeling, maar vergeving.
Toch begint er iets op te vallen wanneer je niet direct naar de verlossing kijkt, maar naar wat eraan voorafgaat.
Om gered te kunnen worden moet er eerst iets zijn waarvan je gered moet worden.
Je moet jezelf leren begrijpen als onderdeel van een gevallen mensheid. Er is iets misgeraakt tussen jou en God, al lang voordat jij bestond. Dat probleem is zo fundamenteel dat jij het niet zelf kunt oplossen.
Daarna verschijnt de oplossing.
Jezus is voor jouw zonden gestorven.
Je bent gered.
En rond die boodschap kan vervolgens een heel systeem ontstaan dat uitlegt hoe je die redding moet begrijpen, wat je moet geloven, welke teksten gezag hebben en hoe je moet leven.
Daar begint voor mij de parallel met Simba interessant te worden.
Niet omdat de kerk Scar is of omdat christenen bewust mensen een schuldgevoel proberen aan te praten. Zo eenvoudig werkt een patroon niet. Mensen kunnen binnen dezelfde religie diepe liefde, gemeenschap, troost en vrijheid ervaren.
Wat mij interesseert is de structuur die eronder zichtbaar kan worden.
Je leert eerst wat er mis met je is. Vervolgens leer je waar de redding vandaan komt.
Wanneer dat uitgangspunt eenmaal vaststaat, gaat vrijwel alle aandacht naar de tweede vraag: hoe word ik verlost?
De eerste vraag verdwijnt langzaam uit beeld.
Waarom ben ik eigenlijk schuldig?
Misschien is dat religieus gezien een veel radicalere vraag dan zij op het eerste gezicht lijkt.
Want zolang Simba ervan overtuigd blijft dat hij Mufasa’s dood heeft veroorzaakt, kunnen we hem eindeloos leren omgaan met zijn schuld. We kunnen hem leren zichzelf te vergeven. We kunnen hem vertellen dat hij ondanks alles geliefd is. We kunnen hem helpen het verleden los te laten en hem uitnodigen volledig in het heden te leven.
Dat zou hem misschien veel rust geven.
Maar we zouden nog steeds niet hebben gekeken naar wat er werkelijk in die kloof gebeurde.
Simba’s uiteindelijke bevrijding komt daarom niet doordat hij een betere manier vindt om met zijn schuld te leven. Hij keert terug naar de plek waar de schuld ontstond.
Scar probeert daar opnieuw hetzelfde verhaal tegen hem te gebruiken. Hij herinnert Simba aan Mufasa’s dood en Simba gelooft hem nog steeds.
Tot Scar te veel zegt.
In één moment verandert Simba’s hele verleden van betekenis.
Niet omdat de gebeurtenissen veranderen. Zijn vader blijft dood. Simba was nog steeds in de kloof. Hij is nog steeds jarenlang weggeweest.
Maar de verbinding die hij al die tijd tussen die feiten had gelegd valt weg.
Het was nooit zijn schuld.
Vanaf dat moment kan hij terugkeren.
Dat roept bij mij ook een andere manier op om naar Jezus te kijken.
Wat gebeurt er wanneer we zijn woorden even los proberen te zien van het complete theologische systeem dat later rond zijn dood is ontstaan?
Dan valt op hoe vaak hij mensen juist dichter bij God brengt. Hij spreekt over een Koninkrijk dat nabij is. Over iets dat al onder en tussen mensen aanwezig is. Hij vraagt mensen te worden als kinderen en richt hun aandacht voortdurend op intentie, liefde, oordeel, vergeving en wat zich vanbinnen afspeelt voordat het zichtbaar wordt aan de buitenkant.
Misschien kwam Jezus niet voornamelijk vertellen hoe groot de afstand tussen God en mens was. Misschien probeerde hij mensen juist te laten zien dat de afstand die zij ervoeren anders in elkaar zat dan ze dachten.
Ik weet niet of dat historisch de juiste lezing is. Voor mij is dat ook niet de belangrijkste vraag.
Wat mij fascineert, is dat hetzelfde patroon steeds opnieuw herkenbaar wordt.
In een Disneyfilm. In een relatie. In een gezin. In psychologie. In religie.
Niet omdat die dingen hetzelfde zijn, maar omdat vormen zich kunnen herhalen.
Er gebeurt iets en daar ontstaat een verhaal omheen. Dat verhaal vertelt ons niet alleen wat er gebeurd is, maar ook wie wij daarin zijn. Wanneer we het lang genoeg geloven, gaan we ons leven ernaar inrichten.
Soms proberen we vervolgens van de pijn af te komen zonder nog te kijken naar het verhaal dat de pijn betekenis geeft.
Dan kan zelfs Hakuna Matata een gevangenis worden.
Simba moest uiteindelijk terug naar Pride Rock. Niet omdat hij te weinig had losgelaten, maar omdat hij nog één keer goed moest kijken naar datgene waarvan hij dacht dat hij het al begreep.
Pas daar ontdekte hij dat de schuld waarop een groot deel van zijn leven was gebouwd nooit van hem was geweest.
Misschien herkennen we daarom iets in dat verhaal lang voordat we woorden hebben voor schuld, identiteit, religie of macht.
We zien een klein leeuwtje naast het lichaam van zijn vader liggen. We zien iemand naast hem komen staan en hem vertellen wat er zojuist gebeurd is.
En vanaf dat moment kijken we niet alleen naar een gebeurtenis.
We kijken naar het ontstaan van een verhaal.