Persoonlijke ervaringCirca 3 minuten

Zelfregulatie: een brief aan mijn kinderen

Een brief aan kinderen over gevoelens die komen en gaan, terwijl jij blijft.

Zelfregulatie: een brief aan mijn kinderen

Lieve jij,

In je leven zul je veel gevoelens ervaren. Blijdschap, nieuwsgierigheid, trots, maar ook verdriet, boosheid en angst.

Soms kunnen die gevoelens zo sterk zijn dat het lijkt alsof ze jou overnemen. Alsof je plots iemand anders bent geworden.

Maar onthoud dit:

Jij bent niet je gevoel. Een gevoel is iets dat door je heen beweegt, zoals een golf door de zee.

Het komt. Het blijft even. Het gaat weer.

En jij blijft.

Veel mensen denken dat ze meteen moeten reageren op wat ze voelen. Ze denken dat een gevoel een teken is dat ze iets moeten doen: terugschreeuwen, weglopen, zich verdedigen, of zichzelf klein maken.

Maar een gevoel is geen bevel. Een gevoel is een bericht.

En het bericht is vaak eenvoudig:

Er zit ergens een gedachte die niet helemaal klopt.

Angst ontstaat vaak wanneer een deel van je denkt dat er iets mis is met jou, met de ander, of met de situatie. Misschien een gedachte zoals:

“Ik ben niet goed genoeg.” “Ik hoor er niet bij.” “Er gaat iets mis.” “Ik ben niet veilig.”

Deze gedachten kunnen lang geleden ontstaan zijn, misschien op een moment dat iets pijn deed.

Je hoofd probeert je dan te beschermen. Het maakt een soort alarm.

Dat alarm noemen we angst.

Het alarm voelt echt in je lichaam. Je hart gaat sneller kloppen. Je buik trekt samen. Je adem wordt korter.

Maar een alarm is niet hetzelfde als gevaar. Soms gaat een alarm af terwijl er niets aan de hand is.

Daarom is het belangrijk om te weten:

Zolang je angst voelt, hoef je niets te beslissen.

Laat het gevoel eerst even bestaan.

Je kunt tegen jezelf zeggen:

“Ik ben hier. Dit is een gevoel. Het mag er even zijn.”

Je hoeft het niet weg te duwen. Je hoeft het niet te geloven. Je hoeft er niets mee te doen.

Voel het in je lichaam.

Misschien in je buik. Misschien in je borst. Misschien in je keel.

Adem langzaam in. En langzaam uit.

Je adem helpt je lichaam herinneren dat je veilig bent.

Wanneer je lichaam rustiger wordt, wordt je denken ook rustiger. Je zenuwstelsel kalmeert.

Dan ontstaat er ruimte om te kijken:

Welke gedachte maakte mij bang?

Vaak gaat het over het ego.

Het ego is het deel van je dat denkt dat het zich moet verdedigen om waardevol te zijn. Het denkt dat het moet bewijzen dat het goed genoeg is.

Maar jouw waarde hoeft niet bewezen te worden. Je bent al goed.

Wanneer je dat begint te voelen, hoeft het ego minder hard te werken. Dan hoeft het minder vaak alarm te slaan.

En dan merk je iets bijzonders:

Wanneer de angst zakt, weet je vanzelf wat liefde zou doen.

Niet omdat iemand het zegt. Maar omdat het rustig voelt.

Soms betekent liefde dat je eerlijk bent. Soms betekent liefde dat je even wacht. Soms betekent liefde dat je iemand ruimte geeft. Soms betekent liefde dat je jezelf beschermt.

Ook andere mensen hebben gevoelens die door hen heen bewegen. Als iemand boos is, betekent dat vaak dat er in hen ook een gedachte geraakt is die pijn doet.

Hun boosheid gaat niet echt over jou. Het is een gevoel dat door hen heen beweegt.

Net zoals bij jou.

Wanneer je dat kunt zien, hoef je niet meteen terug te vechten. Je kunt ruimte laten.

Ruimte helpt gevoelens om te verdwijnen.

Alles wat je voelt, wil uiteindelijk weer rustig worden. Net als een sneeuwbol die vanzelf weer helder wordt als je hem even stil laat staan.

Je hoeft niet perfect te zijn. Je hoeft alleen te onthouden:

Voel eerst. Adem. Laat het voorbijgaan.

En handel daarna vanuit liefde.

Liefde maakt je helder. Angst maakt je verward.

Hoe vaker je wacht tot de rust terugkomt, hoe makkelijker het wordt.

Je zult merken dat je steeds sneller terug kunt keren naar jezelf.

En daar, onder alle gevoelens, ben jij altijd oké.

Altijd.