PsychologieCirca 4 minuten

Wanneer nieuwsgierigheid wordt gecorrigeerd

Hoe een eigen richting in leren steeds werd onderbroken, totdat ook het vertrouwen in die richting begon te verdwijnen.

Een dunne messingstrook ligt deels vlak onder een rechte stalen lat; het vrije uiteinde buigt omhoog en werpt een gebogen schaduw.

Wanneer nieuwsgierigheid wordt gecorrigeerd

Ik heb school nooit ervaren als een plek waar mijn nieuwsgierigheid werd gevoed. Het voelde als een plek waar zij voortdurend werd gecorrigeerd.

Wanneer een onderwerp mijn belangstelling trok, wilde ik begrijpen waar het mee samenhing. Mijn aandacht ging naar de principes eronder, naar de vraag waarom iets bestond en wat er gebeurde als je de gedachte verder volgde. Vanuit die samenhang kregen de losse feiten betekenis.

In de klas lag de volgorde meestal al vast. We begonnen bij hoofdstuk één, leerden de definities en uitzonderingen en werkten toe naar een toets. Mijn vragen kwamen vaak op een ander moment dan waarop er ruimte voor was. Dat kwam later. Dat hoefde ik nog niet te weten. Ik moest bij de stof blijven.

Ik herinner me geen afzonderlijke gebeurtenis waarin dat allemaal samenkwam. Het was een onderstroom van kleine correcties. Niet zo dromen. Eerst dit leren. Dat is nu niet belangrijk. Volwassenen spraken met de zekerheid van mensen die wisten hoe leren werkte, en ik geloofde hen.

Toch bleef er vanbinnen iets een andere kant op bewegen. Een vraag kon voor mij juist de ingang zijn waardoor een onderwerp interessant werd. Wanneer ik die moest parkeren, verdween vaak ook de reden om verder te kijken. Wat overbleef was stof die ik moest kennen, terwijl de samenhang waarnaar ik op zoek was nog niet aan bod mocht komen.

Als kind kon ik dat verschil niet goed overzien. Ik voelde vooral dat mijn aandacht niet deed wat er van haar werd verwacht. Wanneer je dat vaak genoeg merkt, ga je ook twijfelen aan waar die aandacht vanzelf naartoe gaat. Misschien vond ik de verkeerde dingen belangrijk. Misschien dacht ik verkeerd. Misschien moest ik gewoon beter luisteren.

Mijn schoolresultaten leken die twijfel te bevestigen. Drieën, vijven, zessen. Vaak net genoeg, vaak ook niet. Ik bleef drie keer zitten en maakte nooit huiswerk.

En toch kende ik ook een heel andere ervaring van leren.

Wanneer iets me werkelijk raakte, kon ik er helemaal in verdwijnen. Ik kon in een paar maanden een taal leren spreken. Filmgeschiedenis hield me bezig en ik schreef scenario’s. Met een geïmproviseerde basket kon ik uren oefenen totdat de beweging klopte. Ik leerde vlaggen kennen, wijnstreken en stromingen binnen de kunst.

Van buitenaf leken dat misschien losse interesses. Voor mij zat de samenhang in de manier waarop ik ermee bezig was. Er was iets wat ik wilde begrijpen, en van daaruit ontstond vanzelf de behoefte om verder te kijken. Het onderwerp kon veranderen; de beweging bleef herkenbaar.

Ook oefenen kreeg dan een andere betekenis. Bij die basket hoefde niemand me uit te leggen dat ik een beweging moest herhalen. Ik wilde dat zij klopte. Het oefenen hoorde bij iets wat ik zelf wilde bereiken. Die inzet stond naast mijn schoolresultaten, maar paste moeilijk in het beeld dat ik daarvan over mezelf had gevormd.

Ik kon blijkbaar lang met iets bezig zijn. Ik kon veel leren. Alleen verscheen die aandacht niet altijd op bestelling.

Dat verschil had ik graag eerder begrepen. Nu voelde het vooral als wisselvalligheid. Soms lukte er van alles, terwijl ik op andere momenten nauwelijks kon opbrengen wat van me werd gevraagd. Ik wist niet goed hoe die twee ervaringen bij dezelfde persoon konden horen.

Mijn gevoeligheid voor anderen maakte die verwarring groter. Ik merkte snel wat er van mij werd verwacht. Een blik, een verandering in toon of een kleine correctie kon genoeg zijn om mijn aandacht van het onderwerp naar de ander te verplaatsen. Was mijn vraag vervelend? Ging ik te ver? Moest ik iets anders doen?

Gaandeweg hield ik meer vragen in. Ik temperde mijn enthousiasme en wachtte tot iemand anders bepaalde wat belangrijk was. Dat hielp me om aan verwachtingen te voldoen. Tegelijk kwam er steeds meer afstand tussen wat me werkelijk bezighield en wat ik daarvan liet zien.

Daarin zit voor mij de diepere uitwerking van die correcties. Ik leerde niet alleen hoe ik me in een klas moest gedragen. Ik begon ook degene die me vertelde wat belangrijk was meer te vertrouwen dan mijn eigen belangstelling.

De mensen om me heen hoefden daarvoor geen slechte bedoelingen te hebben. Zij werkten binnen een volgorde die voor hen vanzelfsprekend was en een groep verder moest helpen. Mijn ervaring paste daar moeilijk in. Ik had nog niet de woorden om uit te leggen wat er gebeurde, en zij konden niet van buitenaf zien hoe een vraag voor mij een heel onderwerp kon openen.

Het heeft lang geduurd voordat ik die eigen manier van leren serieuzer kon nemen. Dat er diepte ontstond zodra iets betekenis kreeg. Dat discipline kon groeien uit belangstelling. Dat mijn breedte ook een manier was om samenhang te vinden.

Achteraf kijk ik daardoor anders naar wat buiten de voorgeschreven route gebeurde. De uren bij die basket waren ook leren. Ook in de taal, de films en de vlaggen werd zichtbaar hoe mijn aandacht kon werken wanneer zij ergens werkelijk bij betrokken raakte.

De verwarring en het blijven zitten blijven onderdeel van wat er gebeurde. Wel kan ik nu naast die ervaring iets zien wat ik toen nauwelijks kon herkennen: dat mijn belangstelling mij ook ergens naartoe bracht.

Ik had graag eerder geweten dat de richting die ik steeds moest onderbreken ook de richting kon zijn waarin ik leerde.