Wanneer contact geen contact voelt
Contact dat op papier klopt, maar in het lijf niet landt.
Wanneer contact geen contact voelt
Ik noem mezelf wel eens gekscherend contactgestoord.
Niet omdat ik verlegen ben. Niet omdat ik mensen niet interessant vind.
Maar omdat contact voor mij pas echt voelt wanneer het ergens over gaat.
Niet over het onderwerp, maar over de ontmoeting zelf.
Veel gesprekken lijken op een soort sociaal ritueel.
We zeggen de juiste dingen. We glimlachen. We stellen de verwachte vragen.
En voor veel mensen voelt dat al als verbinding.
Voor mij begint het daar pas.
Wanneer iemand iets zegt, luister ik niet alleen naar de woorden.
Ik probeer te voelen wat eronder zit.
Klopt wat iemand zegt met wat ik waarneem?
Is iemand ontspannen of gespannen?
Is iemand nieuwsgierig of vooral bezig om goed over te komen?
Is iemand aanwezig, of speelt er iets op de achtergrond?
Dat proces gaat automatisch. Ik kies daar niet voor. Het gebeurt gewoon.
En soms ontstaat er dan iets vreemds.
Iemand zegt iets vriendelijks, maar het voelt niet open.
Iemand stelt een vraag, maar lijkt het antwoord niet echt te willen horen.
Iemand lacht, maar de lach voelt gespannen.
Voor veel mensen is dat geen probleem. Zo werken sociale situaties nu eenmaal.
Maar bij mij ontstaat er dan een soort kortsluiting.
Mijn hoofd probeert te begrijpen wat er gebeurt.
Wat klopt hier niet?
Wat wordt er niet gezegd?
Wat probeert iemand te beschermen?
En terwijl het gesprek doorgaat, ben ik eigenlijk al ergens anders.
Niet omdat ik de ander afwijs, maar omdat ik geen ingang meer voel.
Vroeger betrok ik dat sterk op mezelf.
Dan dacht ik: ik doe het verkeerd.
Waarom kan ik niet gewoon meedoen?
Waarom voelt dit zo ingewikkeld?
Daardoor klapte ik vaak dicht.
Ik voelde me onzeker, alsof ik iets miste wat voor anderen vanzelfsprekend leek.
Inmiddels zie ik het anders.
Ik merk dat mijn interesse simpelweg verdwijnt wanneer een gesprek vooral aan de oppervlakte blijft.
Niet uit arrogantie, maar omdat het me weinig geeft.
Contact voelt voor mij als een gezamenlijke ontdekking.
Alsof je samen iets verkent wat nog niet helemaal vastligt.
Wanneer iemand alleen een rol speelt, of vooral bezig is met hoe hij overkomt, voelt het alsof we een toneelstuk opvoeren.
En daar heb ik weinig energie voor.
Het bijzondere is dat ik dit bijna nooit ervaar bij jonge kinderen.
Of bij sommige ouderen.
Kinderen hebben vaak nog geen ingewikkeld beeld van hoe ze zouden moeten zijn.
Ze reageren direct. Ze stellen onverwachte vragen. Ze laten zien wat ze voelen.
Bij ouderen zie je soms het omgekeerde gebeuren.
De behoefte om een bepaald beeld hoog te houden wordt minder belangrijk.
Er ontstaat ruimte voor eenvoud.
En precies daar voelt contact voor mij natuurlijk.
Het verlangen naar dat soort contact is groot.
Misschien wel zo groot dat ik in het verleden soms bleef hopen dat het alsnog zou ontstaan, ook wanneer alle signalen het tegendeel lieten zien.
Wanneer iemand af en toe iets echts liet zien, voelde dat als een opening.
Alsof er toch iets mogelijk was.
Achteraf zie ik dat ik daardoor soms te lang bleef investeren in relaties waarin die openheid eigenlijk niet wederzijds was.
Dat had niets te maken met zwakte, maar met verlangen.
Het verlangen om iemand echt te ontmoeten, zonder maskers.
Wat ik ben gaan begrijpen, is dat bijna iedereen een vorm van bescherming heeft opgebouwd.
Niet om anderen te misleiden, maar om zichzelf veilig te voelen.
We leren al vroeg hoe we ons horen te gedragen.
Wat wel kan en wat niet kan.
Wat acceptabel is en wat niet.
Langzaam ontstaat er een soort buitenkant die helpt om ons staande te houden in de wereld.
Dat is heel menselijk.
Maar soms wordt die buitenkant zo vanzelfsprekend, dat we vergeten dat hij er zit.
En dan wordt contact een uitwisseling tussen twee rollen, in plaats van een ontmoeting tussen twee mensen.
Wat ik ervaar, is dat mijn systeem daar moeilijk doorheen kan kijken zonder dat het energie kost.
Ik heb tijd nodig om te voelen of iemand bereid is iets van die bescherming los te laten.
Niet volledig, maar een beetje.
Een kleine opening is vaak al genoeg.
Wanneer dat gebeurt, gaat contact vanzelf.
Er ontstaat ruimte. Humor. nieuwsgierigheid. rust.
Dan hoef ik niets meer te analyseren.
Dan klopt het gewoon.
Ik ben gaan inzien dat dit geen gebrek is, maar een voorkeur.
Sommige mensen genieten van drukte en achtergrondgeluid.
Anderen voelen zich prettiger in stilte.
Zo voelt het ook met contact.
Ik heb weinig behoefte aan gesprekken die alleen bedoeld zijn om de ruimte op te vullen.
Maar wanneer er echte uitwisseling ontstaat, kan ik daar volledig in opgaan.
Misschien is dat niet de makkelijkste manier om je door de wereld te bewegen.
Maar het is wel de manier waarop het voor mij waar voelt.