Waarom Sommige Leiders Zwaar Voelen, Zelfs Als Ze Goed Zijn
Waarom sommige leiders zwaar aanvoelen, ook als ze goed zijn in wat ze doen.
Waarom Sommige Leiders Zwaar Voelen, Zelfs Als Ze Goed Zijn
Ik wil geen namen noemen, maar er zijn twee voetbaltrainers die me al een tijd fascineren.
De eerste is een ervaren toptrainer. Intelligent, tactisch sterk, succesvol bij grote clubs. Je ziet direct dat hij kwaliteiten heeft. Niet alleen voetbalinhoudelijk, maar ook in hoe hij een groep stuurt en discipline bewaakt.
De tweede is veel jonger. Minder ervaring, minder status, een nieuwkomer eigenlijk. Maar hij doet het verrassend goed.
En toch zit het grootste verschil voor mij niet in voetbal.
Het zit in wat ik voel wanneer ze praten.
Bij de eerste voel ik altijd een vorm van zelfbescherming onder alles wat hij zegt. Zelfs wanneer hij verantwoordelijkheid neemt na een nederlaag, voelt het alsof zijn ego mee blijft praten. Alsof er voortdurend iets verdedigd moet worden.
De tweede heeft dat bijna niet.
Wanneer hij spreekt, voelt het alsof hij zichzelf beschikbaar stelt aan het collectief. Alsof zijn eigenwaarde niet gebruikt wordt om zichzelf te beschermen, maar om het team te dragen.
Dat verschil fascineert me.
Want trainer één hééft kwaliteiten. Grote kwaliteiten zelfs. Daarom voelt het ook niet eerlijk om hem weg te zetten als arrogant of egoïstisch. Dat is veel te simpel.
Het voelt eerder alsof er diep vanbinnen nog steeds een strijd aanwezig is.
Alsof er een stem leeft die zegt:
“Ik moet bewijzen dat ik goed genoeg ben.”
En zodra die spanning ergens aanwezig blijft, gaat bijna alles erdoorheen kleuren.
Dan wordt leiderschap niet alleen het leiden van een groep, maar ook het beschermen van een identiteit.
Dat zie je terug in kleine dingen:
- hoe iemand over verlies praat,
- hoe verantwoordelijkheid gebracht wordt,
- hoe vaak context of omstandigheden meeklinken,
- hoe subtiel iemand controle probeert te houden over het verhaal.
Zelfs kwetsbaarheid kan dan een vorm van bescherming worden.
“Ik neem de verantwoordelijkheid.”
Soms voel je dat als echte nederigheid.
Maar soms voelt het ook alsof iemand zichzelf op de borst klopt voor het nemen van verantwoordelijkheid. Alsof zelfs schuld onderdeel wordt van het imago.
En dat is interessant, want veel mensen horen alleen de woorden. Maar anderen voelen ook de laag eronder.
Ze voelen spanning.
Verdediging.
Controle.
Bewijsdrang.
Niet bewust misschien, maar intuïtief.
En daarom voelt die tweede trainer zo anders.
Niet omdat hij perfect is.
Niet omdat hij geen ego heeft.
Maar omdat hij zichzelf minder centraal lijkt te zetten in alles wat gebeurt.
Wanneer hij spreekt, voelt het niet alsof hij zijn identiteit probeert veilig te stellen. Hij lijkt veel meer onderdeel van het geheel.
Dat voel je in hoe hij spelers krediet geeft.
Hoe hij over het team praat.
Hoe hij verlies draagt zonder zichzelf voortdurend te positioneren.
Hoe hij zijn eigen aanwezigheid gebruikt om rust te brengen in plaats van controle.
Hij gebruikt zijn persoonlijkheid niet als schild.
Hij stelt zichzelf beschikbaar aan het collectief.
En misschien is dat uiteindelijk waarom sommige leiders, ondanks hun kwaliteiten, toch zwaar aanvoelen.
Terwijl anderen, soms met minder ervaring of status, direct vertrouwen oproepen.
Niet omdat ze beter zijn.
Maar omdat er minder strijd zit tussen wie ze zijn en wie ze proberen te zijn.