Identiteit tegen realiteit
Over politiek die identiteitsverhalen voedt in plaats van de werkelijkheid, en waarom een ander systeem hetzelfde ego herhaalt.
Identiteit tegen realiteit
Het valt me op hoe voorspelbaar gesprekken over Trump hier in Nederland vaak verlopen. Zodra zijn naam valt, lijkt bijna iedereen eerst even duidelijk te moeten maken aan welke kant hij staat. Meestal volgt er iets als: “Ja, wat een mafkees hè?”
En vaak denk ik dan: is dat je mening?
Niet omdat ik Trump wil verdedigen. Dat wil ik niet. Er is meer dan genoeg op hem aan te merken. Maar juist daarom interesseert die automatische reactie me. Niet wat iemand van Trump vindt, maar waarom het zo belangrijk lijkt om dat onmiddellijk uit te spreken. Alsof je eerst moet laten zien dat je bij de juiste mensen hoort voordat het gesprek verder kan.
Misschien is dat wel een van de vreemdste ontwikkelingen van de moderne politiek. Politiek gaat steeds minder over idealen en steeds meer over identiteit.
Dat probleem is niet Amerikaans.
Wij kennen het hier net zo goed. De jokkende Rutte. De gevaarlijke Wilders. De linkse zakkenvullers. De rechtse racisten. De woke elite. De fascisten. De deugmensen. De populisten.
Iedere groep heeft zijn eigen personages gekregen, compleet met een verhaal dat we inmiddels zo vaak hebben gehoord dat we nauwelijks nog hoeven na te denken wanneer de naam valt. Rutte is voor de één niet langer alleen een politicus wiens handelen je kunt beoordelen, maar simpelweg de leugenaar. Wilders is voor de ander niet langer een politicus met ideeën die je kunt onderzoeken of afwijzen, maar de racist, de fascist, de redder van Nederland of de enige die het durft te zeggen.
En links krijgt hetzelfde mechanisme over zich heen. “Linkse zakkenvullers” is geen analyse van één persoon die zichzelf heeft verrijkt, maar een verhaal over een hele groep.
We hoeven elkaar niet meer te leren kennen.
Het label doet het werk.
Links en rechts bestaan natuurlijk nog. Er zijn echte verschillen over migratie, klimaat, belastingen, gezondheidszorg, rechtspraak en oorlog. Maar ik vraag me steeds vaker af hoeveel van de enorme hoeveelheid politieke energie nog terechtkomt bij het werkelijk oplossen van die problemen.
Migratie blijft jarenlang een van de grootste politieke thema’s. Wonen blijft een probleem. De zorg blijft vastlopen. Klimaat blijft een crisis. Bestaanszekerheid blijft terugkomen. En na iedere verkiezing begint het verhaal opnieuw, met nieuwe gezichten, nieuwe slogans, nieuwe verontwaardiging en nieuwe schuldigen.
Het probleem zelf wordt bijna een decorstuk waaraan het volgende politieke verhaal kan worden opgehangen.
Dat hoeft niet eens een samenzwering te zijn. Misschien is het veel eenvoudiger. Een probleem dat werkelijk wordt opgelost, kan niet meer worden gebruikt om mensen te mobiliseren. Een probleem dat blijft bestaan, kan eindeloos opnieuw worden verteld.
En politiek is steeds beter geworden in verhalen vertellen.
Het verhaal vóór de werkelijkheid
Identiteit komt met een verhaal.
Realiteit niet.
Realiteit is gewoon.
Er gebeurt iets, en daarna verschijnt ons ego en begint te vertellen wat het betekent. Iemand zegt iets tegen je en onmiddellijk ontstaat er een interpretatie: wat bedoelde hij daarmee, waarom doet zij zo tegen mij, word ik aangevallen, heb ik gelijk, wat zegt dit over mij?
We leggen razendsnel een verhaal om de werkelijkheid heen. Uiteindelijk reageren we niet meer op wat er gebeurde, maar op het verhaal dat we zelf hebben gemaakt.
Op maatschappelijk niveau lijkt precies hetzelfde proces plaats te vinden, alleen is het ego groter geworden. Het is een collectief ego geworden.
Hele groepen bestaan inmiddels uit verhalen over zichzelf en over de ander. Je bent wit, dus iemand denkt al te weten hoe jij tegenover racisme staat. Je bent zwart, dus iemand anders denkt iets te weten over criminaliteit of slachtofferschap. Je bent man, dus er wordt een verhaal over vrouwenhaat op je geplakt. Je bent vrouw, dus iemand vertelt je welk politiek belang jij zou moeten hebben.
Je stemt PVV, dus je bent dit. Je stemt links, dus je bent dat. Je bent voor Israël, dus blijkbaar vind je dit. Je bent voor Palestina, dus blijkbaar vind je dat.
Het individu verdwijnt achter de categorie.
En het vreemde is dat bijna iedereen vooral vindt dat de andere groep dit doet.
Daarmee ontstaat misschien wel de belangrijkste zin van de huidige politiek: ja, maar zij zijn erger.
Mijn politicus liegt misschien, maar kijk eens naar die ander. Onze kant demoniseert misschien, maar zij zijn gevaarlijk. Onze mensen worden rijk binnen het systeem, maar die andere elite is nog corrupter. Onze leider gedraagt zich soms verschrikkelijk, maar je wilt toch niet dat hún kandidaat wint?
Daarmee verdwijnt een vaste morele maatstaf.
Een principe zegt: ik vind dit verkeerd, ook als iemand uit mijn eigen groep het doet.
Identiteit zegt: ik vind dit verkeerd wanneer zij het doen.
Trump als symptoom
Trump past bijna perfect in dit landschap. Niet omdat hij erboven staat, maar juist omdat hij het zo ongefilterd belichaamt.
Soms klinkt zijn politieke communicatie alsof een kleuter ruzie staat uit te leggen. Hij begon. Hij liegt. Hij is dom. Ik heb gewonnen. Zij hebben verloren. Ik ben de beste.
Daar heeft die korte, primitieve vorm een functie: het laat zien hoe ver politiek kan worden teruggebracht tot ego.
En vervolgens gebeurt iets fascinerends. Zijn tegenstanders laten zich vaak in precies hetzelfde spel trekken. Trump wordt niet alleen bekritiseerd om concrete keuzes of gedrag. Hij wordt een symbool, een morele categorie, een test waarmee je kunt aantonen dat je bij de juiste groep hoort.
Je hoeft alleen maar te zeggen: “Wat een mafkees hè?” en iedereen weet weer waar je staat.
Daarom denk ik soms dat Trump de juiste man op de juiste plek is.
Niet omdat hij een goede president is, niet omdat hij de oplossing is en niet omdat hij dit proces bewust leidt. Maar omdat hij een systeem zo extreem belichaamt dat het steeds moeilijker wordt om het systeem zelf niet te zien.
Hij is misschien niet degene die de wond geneest.
Hij trekt de pleister eraf.
Het moet steeds harder
Een systeem dat zichzelf niet meer kan corrigeren, wordt niet vanzelf wijzer. Het verdedigt zichzelf.
Dat doet het ego ook. Wanneer jouw zelfbeeld botst met de werkelijkheid, laat je dat zelfbeeld niet zomaar los. Eerst rationaliseer je. Daarna verdedig je. Dan wijs je naar iemand anders en zoek je bewijs dat jij toch gelijk had.
Soms moet de botsing steeds harder worden voordat het verhaal niet langer houdbaar is.
Misschien werkt een samenleving niet zoveel anders.
Er verschijnt af en toe iemand in de politiek met idealen. Iemand die oprecht iets wil veranderen. Maar wat kan één persoon tegen een systeem dat overal doorheen loopt? Partijen, media, lobby, bedrijven, bureaucratie, sociale platforms, belangengroepen, electorale strategie en uiteindelijk wijzelf.
Het systeem bestaat niet ergens daarboven.
Wij voeden het iedere dag.
Daarom geloof ik steeds minder dat de grote verandering komt doordat we eindelijk de juiste politicus vinden. Misschien moet het eerst verder vastlopen. Niet omdat lijden goed is en niet omdat chaos iets romantisch heeft, maar omdat sommige verhalen pas losgelaten worden wanneer ze niet meer te verdedigen zijn.
De pleister moet er uiteindelijk af.
Misschien voorspelden oude verhalen geen gebeurtenissen
Daarom fascineren eindtijdverhalen me.
Niet omdat ik denk dat iemand duizenden jaren geleden precies Donald Trump, sociale media of onze verkiezingen heeft gezien. Misschien zagen ze iets anders: een patroon.
Mensen veranderen technologisch razendsnel. Psychologisch veranderen we veel langzamer. Angst zoekt veiligheid, veiligheid zoekt groepen, groepen creëren grenzen en grenzen creëren buitenstaanders. Buitenstaanders worden bedreigingen, dreiging rechtvaardigt hardere maatregelen en die maatregelen maken de andere groep weer banger.
Zo begint de volgende ronde.
Je hoeft de toekomst niet bovennatuurlijk te kennen om te begrijpen waar zo’n patroon uiteindelijk naartoe kan bewegen.
Het ego herhaalt zichzelf.
Alleen worden de instrumenten steeds groter.
Tot mensen stoppen met luisteren
Misschien komt de breuk daarom heel anders dan we verwachten. Geen revolutie, geen moment waarop miljoenen mensen tegelijk wakker worden en geen nieuwe leider die het oude systeem omverwerpt.
Misschien wordt politiek zoals we die kennen gewoon steeds minder betekenisvol.
Mensen vertrouwen “the people in charge” steeds minder. Niet alleen politici, maar ook grote instituties, media, bedrijven en systemen waarvan we ooit aannamen dat iemand daarboven wel wist wat hij deed.
En wanneer vertrouwen verdwijnt, ontstaat iets heel menselijks.
Dan doen mensen dingen weer zelf.
Ze verbouwen voedsel, kopen rechtstreeks bij producenten, vormen communities, delen spullen, energie, kennis en vaardigheden en organiseren delen van onderwijs of zorg dichter bij zichzelf.
Niet omdat iedereen zich uit de samenleving terugtrekt.
Juist omdat mensen de samenleving weer zelf beginnen te vormen.
Dat betekent niet dat ziekenhuizen verdwijnen, dat we geen wetenschap meer nodig hebben of dat landelijke infrastructuur en overheid ophouden te bestaan. Maar misschien verandert de verhouding.
Niet langer: zij organiseren de samenleving en wij leven erin.
Maar: wij zijn de samenleving, en grotere structuren bestaan om te ondersteunen wat wij niet zelf kunnen dragen.
Dat lijkt misschien klein, maar het is een totaal ander paradigma.
Het gevaar van opnieuw beginnen
Alleen zit daar een probleem.
Als wij morgen het volledige politieke systeem afbreken en vervolgens dezelfde mensen met hetzelfde bewustzijn opnieuw laten beginnen, bouwen we uiteindelijk hetzelfde systeem.
Misschien met andere namen, andere vlaggen, andere organisaties en andere technologie. Maar hetzelfde ego.
Want het probleem zat nooit alleen in Den Haag of Washington. Het zat ook in ons. In onze behoefte om gelijk te hebben, in onze angst om buitengesloten te worden, in de behoefte iemand anders verantwoordelijk te maken, in onze drang om gezien te worden als goed en in onze neiging om macht te verzamelen zodra we haar krijgen.
Daarom is decentralisatie alleen niet genoeg.
Er moet ook iets in ons veranderen.
Misschien is dat de werkelijke paradigmashift: van identiteit naar werkelijkheid, van macht naar dienstbaarheid, van verdedigen naar luisteren, van vragen wat ik krijg naar vragen wat ik kan bijdragen.
Niet iedereen op dezelfde manier.
De een verbouwt voedsel. De ander bouwt technologie. Iemand zorgt, iemand onderwijst, iemand maakt muziek, iemand organiseert, iemand repareert en iemand ziet wat anderen nog niet zien.
Dat is geen oproep om jezelf kleiner te maken. Het tegenovergestelde. Je hoeft je waarde niet meer te bewijzen door jezelf tegenover een ander te plaatsen. Je hoeft je identiteit niet voortdurend te verdedigen om bestaansrecht te voelen.
Je draagt bij omdat je iets te dragen hebt.
Dat is dienstbaarheid niet als onderwerping, maar als volwassen vorm van vrijheid.
Een nieuwe aarde
Misschien ligt daar ook iets van wat oude spirituele beelden bedoelden met een nieuwe aarde.
Niet dat op een dag de hemel openscheurt en alles op magische wijze wordt vervangen. Misschien ontstaat een nieuwe wereld doordat mensen anders leren deelnemen aan dezelfde wereld.
De aarde is niet nieuw.
Wij zijn veranderd.
Daardoor organiseren we anders, vertrouwen we anders en dragen we anders. Daardoor kan er iets ontstaan wat binnen het oude bewustzijn niet kon blijven bestaan.
Ik weet niet of dat gebeurt.
Ik weet wel dat een nieuwe samenleving gebouwd met hetzelfde bewustzijn uiteindelijk weer op de oude samenleving gaat lijken. Als er iets nieuws moet komen, moet de verandering daarom dieper gaan dan politiek.
We moeten niet alleen een ander systeem bedenken.
We moeten mensen worden die een ander systeem kunnen dragen.
Misschien is dat waarom alles nu zo hard botst. Identiteit verdedigt haar verhaal, terwijl de werkelijkheid daaronder gewoon blijft bestaan. Op een gegeven moment houdt het verhaal dat niet meer vol.
En wanneer het scheurt, hoeft dat niet alleen een einde te zijn.
Het kan ook ruimte worden.
Ruimte om minder bang te zijn voor elkaar. Ruimte om niet meer voortdurend te hoeven bewijzen bij welk kamp we horen. Ruimte om verantwoordelijkheid terug te nemen, elkaar weer als individu te ontmoeten en onze eigen plaats in het geheel te vinden.
Niet iedereen hetzelfde.
Wel iedereen dienstbaar.
Niet aan een partij, leider of ideologie, maar aan het leven dat voor ons ligt.
Misschien begint een nieuwe aarde precies daar.