Er was niets mis met je
Wat in de kindertijd als fout voelde, was vaak een andere manier van waarnemen.
Er was niets mis met je
Als kind voelde je meer dan je kon uitleggen.
Je liep een kamer binnen en wist meteen hoe de sfeer was.
Niet omdat iemand iets zei, maar omdat je het zag in ogen, hoorde in toon, voelde in kleine verschuivingen van houding en stilte.
Spanning.
Oordeel.
Angst.
De meeste kinderen merken dat nauwelijks op.
Maar jij wel.
Alleen wist je als kind niet dat die gevoelens van anderen waren.
Dus trok je een logische conclusie.
Ik heb iets fout gedaan.
En omdat je dat gevoel nooit meer wilde veroorzaken, begon je te observeren.
Je keek naar gezichten.
Je luisterde naar toon.
Je merkte hoe mensen reageerden op woorden, emoties en stiltes.
Langzaam ontwikkelde je iets dat later een naam zou krijgen: pattern recognition.
Je begon patronen te zien in gedrag.
Je voelde intuïtief aan wat iemand nodig had of verwachtte.
Je anticipeerde voordat iemand het zelf doorhad.
En zo leerde je jezelf aanpassen.
Niet een beetje.
Bijna naadloos.
Daar ontstaat vaak wat mensen later een people pleaser noemen.
Niet omdat je zwak bent, maar omdat je te goed ziet wat er gebeurt.
Maar dat heeft een bijwerking.
Mensen voelen onbewust wanneer iemand zich aanpast.
Voor sommigen is dat gewoon prettig.
Voor anderen wordt het een kans.
Mensen die veel aandacht nodig hebben, mensen die controle zoeken, of mensen die zelf beschadigd zijn, voelen dat er iemand tegenover hen staat die:
- hen probeert te begrijpen\
- zich aanpast\
- conflicten wil voorkomen
Voor hen is dat een comfortabele plek.
Dus komen ze dichterbij.
En zo gebeurt het dat iemand die vooral vrede zoekt, steeds opnieuw terechtkomt bij mensen die veel van hem vragen.
Naast gevoeligheid is er nog iets anders dat een rol speelt.
De manier waarop je denkt.
Veel mensen leren door feiten te onthouden.
feit → onthouden → herhalen.
Conceptuele denkers doen iets anders.
Voor hen zijn feiten bouwstenen.
Ze gebruiken ze om verbanden te leggen en een structuur te bouwen.
Een soort netwerk van ideeën waarin alles met elkaar verbonden raakt.
Wanneer die structuur klopt, verdwijnt de behoefte aan het losse feit.
Het begrip blijft.
Het feit zelf vaak niet.
Dat is ook waarom school voor veel conceptuele denkers zo verwarrend kan zijn.
School beloont het onthouden van feiten.
Maar jij wilde eerst begrijpen.
Dus gebeurde er iets vreemds.
Andere kinderen kenden het antwoord al.
Jij was nog bezig om verbanden te leggen.
Zij zeiden het riedeltje op.
Jij probeerde te snappen waarom het zo was.
En ondertussen hoorde je dingen als:
“Je bent traag.”
“Je zit er niet met je hoofd bij.”
“Zit niet zo te dromen.”
En dan kwam de vraag.
Welke kleur heeft de lucht?
Iedereen zei: blauw.
Maar in jouw hoofd gebeurde iets anders.
Je dacht:
Soms is hij rood.
Soms zwart.
En wat is lucht eigenlijk?
Dus misschien zei je iets als:
“Eigenlijk heeft de lucht geen kleur.”
En de klas lachte.
Omdat je zo goed observeert, zie je dat moment meteen.
Het gezicht van de ander.
De verwarring.
Of irritatie.
Je merkt dat wat jij zegt niet wordt begrepen.
En langzaam ontstaat er een reflex.
Laat ik mijn mond maar houden.
Niet omdat je niets te zeggen hebt.
Maar omdat je merkt hoe moeilijk het is om iets uit te leggen dat in je hoofd bestaat als een wolk van ideeën en verbanden.
Gesprekken gaan vaak over feiten.
Jouw denken gaat over structuren.
Daartussen ontstaat een kloof.
En onbegrip wordt langzaam een van de grootste frustraties.
Wanneer je alles bij elkaar optelt:
- extreme gevoeligheid\
- sterk patroonherkennen\
- conceptueel denken\
- en een voortdurend aanpassen aan anderen
dan groeit er langzaam één overtuiging.
Er is iets mis met mij.
Veel mensen met deze combinatie zoeken hun hele leven naar een plek waar ze begrepen worden.
Een plek waar ze eindelijk kunnen zijn wie ze zijn.
Een plek waar hun manier van kijken normaal voelt.
Maar vroeg of laat ontdekken sommigen iets anders.
Die plek bestaat niet ergens buiten hen.
Die plek moeten ze zelf worden.
Er was niets mis met je.
Je keek alleen naar de wereld met andere ogen.
Je zag patronen waar anderen losse dingen zagen.
Je voelde emoties waar anderen alleen woorden hoorden.
Je zocht begrip waar anderen tevreden waren met antwoorden.
En misschien duurde het even voordat je dat begreep.
Maar de plek waar je altijd naar zocht,
de plek waar iemand je echt begrijpt,
die was er al.
Wist ik veel dat ik zelf die plek was.