CultuurCirca 3 minuten

De Paradox van Verwachting

Hoe verwachting het spel verstijft dat eerst vanzelf ging.

De Paradox van Verwachting

Soms breekt een band door met een eerste album dat voelt als iets wat nog niet eerder bestond.
De muziek is fris, eigen, ongeforceerd.
Alsof het er altijd al was, maar nog nooit iemand het zo had laten klinken.

Iedereen voelt het.

Dan komt het tweede album.

Het is goed. Soms zelfs technisch beter.
Maar iets ontbreekt.

Het klinkt alsof de band probeert zichzelf te herhalen.

Hetzelfde zien we bij talentvolle sporters.
Een jonge voetballer speelt alsof niemand kijkt.
Acties ontstaan vanzelf. Beslissingen lijken moeiteloos.
Hij verrast zelfs zichzelf.

Het spel is spel.

Een paar jaar later wordt hij beoordeeld, geanalyseerd, vergeleken.
Elke actie draagt gewicht.
Elke fout telt zwaarder dan tien geslaagde momenten.

Het spel is werk geworden.

Het talent is niet verdwenen.
Maar de lichtheid wel.

Wat veranderd is, is niet het vermogen.
Het is de relatie tot het resultaat.

In het begin is er geen verwachting.
Er is alleen nieuwsgierigheid, liefde voor het doen zelf, beweging.

Er is niets te beschermen.

De maker is geen eigenaar van het werk.
Het werk ontstaat.

Wanneer succes verschijnt, verschijnt ook identiteit.
De maker wordt iemand die iets heeft gedaan.

En wat gedaan is, kan verloren gaan.

Vanaf dat moment ontstaat verwachting.

Niet alleen van anderen, maar ook van jezelf.

De aandacht verschuift subtiel: van ontdekken naar bevestigen, van spelen naar presteren, van expressie naar herhaling.

De vraag wordt niet meer: wat wil er ontstaan?

maar: hoe kan ik dit nog eens doen?

Herhaling is geen creatie.
Herhaling kijkt achterom.

Creatie kijkt nergens.

Verwachting introduceert tijd.
Een lijn ontstaat tussen wat was en wat moet komen.

Het huidige moment wordt een middel.

Maar creatie lijkt alleen volledig te stromen wanneer het moment geen middel is.

Wanneer het moment voldoende is.

Daarom is het voorbeeld van de zandmandala zo intrigerend.

Buddhistische monniken maken met gekleurd zand complexe patronen.
Dagen, soms weken werken ze met volledige aandacht aan een beeld dat langzaam groeit.

Elke beweging is zorgvuldig.
Elke kleur heeft betekenis.
Het geheel is harmonieus, levend, bijna onmogelijk om niet te bewonderen.

Wanneer het werk voltooid is, wordt het weggeveegd.

Alles verdwijnt.

Wie dit voor het eerst ziet, vraagt zich af waarom.

Waarom zoveel aandacht besteden aan iets dat niet blijft bestaan?

Omdat het werk nooit het doel was.

Het werk was het gevolg van de staat waarin zij zich bevonden.

Volledige aanwezigheid.
Geen haast.
Geen publiek.
Geen bezit.

Door het werk weg te vegen, beschermen zij die staat.

Geen druk om het nog beter te doen.
Geen verwachting om het succes te herhalen.
Geen identiteit die onderhouden moet worden.

Alleen opnieuw beginnen.

De waarde zat nooit in het object.

De waarde zat in de afstemming.

Hetzelfde principe zien we terug bij kunstenaars, sporters, schrijvers, ontwerpers, ondernemers en wetenschappers.

Wanneer iemand begint zonder verwachting, ontstaat ruimte.

In die ruimte kan iets verschijnen dat nog geen naam heeft.

Wanneer verwachting verschijnt, verschijnt ook zelfbewustzijn.

Zelfbewustzijn introduceert controle.

Controle vernauwt.

Voorzichtigheid vervangt risico.
Bevestiging vervangt ontdekking.

Het werk wordt een poging om te behouden wat ooit spontaan ontstond.

Maar wat spontaan ontstond, kan niet bewust worden gereproduceerd.

Juist het proberen blokkeert de oorspronkelijke beweging.

Succes creëert daarmee een paradox.

Succes maakt verwachting mogelijk.
Verwachting maakt herhaling waarschijnlijk.
Herhaling vermindert originaliteit.

Niet omdat talent verdwijnt, maar omdat de condities veranderen waarin talent vrij kan bewegen.

Genialiteit is vaak geen eigenschap van een persoon, maar een eigenschap van een toestand.

Een toestand zonder claim.

Wanneer iemand volledig opgaat in het doen, verdwijnt de noodzaak om iets te bewijzen.

Er is niets te verdedigen.
Niets te behouden.
Niets dat opnieuw moet worden bereikt.

Alleen beweging.

De paradox is dat dit niet kan worden afgedwongen.

Zodra iemand probeert geen verwachting te hebben, ontstaat er een nieuwe verwachting.

De enige werkbare richting lijkt daarom:

doen omdat doen vanzelf spreekt.

maken omdat maken beweegt.

beginnen zonder te weten wat het zal worden.

En wanneer iets af is, het loslaten.

Niet uit onverschilligheid, maar uit vertrouwen dat de bron niet afhankelijk is van het resultaat.

De zandmandala wordt weggeveegd.

Niet omdat zij niet mooi was.

Maar omdat creatie vrij blijft wanneer niets vastgehouden hoeft te worden.