Persoonlijke ervaringCirca 3 minuten

Als alles wegvalt, wijst wat overblijft de weg

Wanneer alles wegvalt, wijst wat overblijft wat werkelijk droeg.

Als alles wegvalt, wijst wat overblijft de weg

Als iemand met wie je iets hebt opgebouwd,
iemand aan wie je jezelf volledig hebt gegeven,
plotseling erop uit is om dat allemaal kapot te maken,

niet alleen wat je samen hebt opgebouwd,
maar jou als persoon,

en daarvoor alles gebruikt wat je ooit hebt gegeven,
alles wat je liefhebt,
alles waar je waarde aan hecht,

zonder enige zichtbare reden
anders dan het totale gebrek aan liefde,

dan doet dat iets met je.

Er blijft niets meer van je over.

Niet omdat alles van je wordt afgenomen,
maar omdat alles waarvan je dacht dat het jou was
verbonden bleek met iets dat vernietigd kon worden.

Lange tijd probeerde ik mee te doen.

Te luisteren.
Me aan te passen.
Te doen wat hoorde.
Iets op te bouwen dat geaccepteerd zou worden.
Iemand te worden die paste binnen het geheel.

Ook wanneer iets diep vanbinnen anders voelde.

Je leert die stem te negeren.
Je leert ongemak te zien als iets wat je moet corrigeren.
Je leert geloven dat het uiteindelijk goed komt als je maar blijft proberen.

Dus je blijft bouwen.

Identiteit wordt iets dat je stukje bij beetje samenstelt:
rollen, verantwoordelijkheden, verwachtingen, ideeën over wie je zou moeten zijn.

Tot er momenten komen waarop de werkelijkheid zo hard tegen die constructie aandrukt
dat de barsten niet meer te negeren zijn.

“There is a crack in everything, that’s how the light gets in.” — Leonard Cohen

Momenten waarop het onmogelijk wordt om de vorm nog vast te houden.

Niet omdat je niet genoeg je best doet.
Niet omdat je niet genoeg geeft.
Maar omdat wat je gebouwd hebt nooit volledig geworteld was in wat je bent.

Wanneer de druk groot genoeg wordt,
geeft iets het op.

Je komt op een punt waarop je denkt:

Ik kan dit niet meer.

Niet alleen de situatie.
Niet alleen de omstandigheden.
Maar de identiteit die steeds probeert zichzelf overeind te houden.

Je stopt met repareren wat nooit werkelijk paste.

Alles waarvan je dacht dat het jou definieerde wordt optioneel.

Je laat het vallen.

En wanneer dat gebeurt,
verschijnt er iets onverwachts.

Geen nieuw plan.
Geen nieuwe identiteit.
Geen duidelijke bestemming.

Alleen leegte.

Een leegte die niet vernietigt,
maar ruimte maakt.

In die ruimte blijkt dat niet alles verdwenen is.

Er blijft iets over dat niet afhankelijk was van de constructie.

De liefde voor mijn kinderen.

Die liefde hoefde niet verdedigd te worden.
Hoefde niet bewezen te worden.
Hoefde niet aangepast te worden.

Ze was er nog steeds.

Toen alles wegviel,
bleef zij staan.

Niet als keuze.
Niet als strategie.
Niet als rol.

Maar als iets dat vanzelf bestaat.

Daar werd zichtbaar wat werkelijk richting geeft.

Niet omdat het bedacht is,
maar omdat het niet verdwijnt wanneer alles instort.

Mijn kinderen gaven mij geen nieuw doel.

Ze maakten zichtbaar wat er al was.

Sindsdien probeer ik niet meer een identiteit in stand te houden.

Ik probeer niet meer te voldoen aan een vorm die van buiten komt.

Ik probeer slechts één ding:

handelen vanuit liefde
en zien waar het mij brengt.

Niet omdat ik weet waar het eindigt,
maar omdat ik weet waar het vandaan komt.

Alles wat niet in lijn is met liefde valt uiteindelijk toch weg.

Alles wat wel in lijn is met liefde draagt zichzelf.

Misschien is dat wat overblijft wanneer alles wat niet werkt instort:

niet een antwoord,

maar een richting.